Zoeken

Het Talige Brein

Categorie

agenda

Aankondiging: Peter Hagoort spreekt tijdens de March for Science op 22 april in Amsterdam

Met trots kondigen we aan dat Prof. Dr. Peter Hagoort het publiek toe zal spreken tijdens de ‘March of Science’-demonstratie op zaterdagmiddag 22 april in Amsterdam. Lees verder

Advertenties

Jolien Francken verdedigt proefschrift op 14 januari

Op 14 januari, om 10.30 verdedigt Jolien Francken, nu JolienFranckennog promovenda in het Neurobiology of Language departement en oprichter van HetTaligeBrein.nl, haar proefschrift ‘Viewing the world through language-tinted glasses: Elucidating the neural mechanisms of language-perception interactions‘. Lees verder

Eerste editie Nijmeegse Taalmiddag groot succes!

De eerste editie van de Nijmeegse Taalmiddag was een groot succes! De Valkhofzaal van de Lindenberg, met een capaciteit van 120 mensen, was tijdens alle lezingen (door dr. Caroline Junge, prof. dr. Rick de Graaff en prof. dr. Marc van Oostendorp) goed gevuld. In de pauzes struinden de bezoekers over de Taalmarkt. Daar boden promovendi en taalgerelateerde organisaties de mogelijkheid om onder andere mee te doen aan experimenten, Arabisch te leren en te praten met mensen uit het tweetalig onderwijs. Tot slot werd de Kennisbar, waarin jonge onderzoekers klaar stonden om vragen over taal te beantwoorden, goed bezocht! Onder het genot van een drankje vroegen de bezoekers de promovendi de oren van het hoofd. Aan het eind van de middag sloot Aaf Brandt Corstius het programma af met een ter plekke geschreven column: lees hem hier!

Lees hier meer over de eerste editie van de Nijmeegse Taalmiddag, en bekijk de foto’s!
Hier alvast een voorproefje van de foto’s, genomen door Richard Bank www.richardbank.nl

de_nijmeegse_taalmiddag-09
Peter Hagoort opende de middag, samen met wethouder Renske Helmer.
de_nijmeegse_taalmiddag-Will
De kennisbarista’s stonden klaar om alle vragen van de bezoekers te beantwoorden!

de_nijmeegse_taalmiddag-65

27 juni: Open dag Max Planck Instituut voor Psycholinguistiek!

Wil jij een keer met de onderzoekers van Het Talige Brein praten?
Wil je zelf meedoen aan een taal experiment of kijken hoe dat werkt?
Of wil je gewoon eens zien waar wij werken?
Kom naar de open dag van het Max Planck Instituut voor Psycholinguistiek!

Zaterdag 27 juni 10.00-17.00
Wundtlaan 1, Nijmegen

 © Nout Steenkamp Fotografie 20150120, Nijmege, Max Planc Instituut.

Op zaterdag 27 juni opent het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen haar deuren. Iedereen met interesse in taal of taalonderzoek is welkom, net als de mensen die gewoon weleens willen weten wat er allemaal gebeurt in dat grote gebouw aan de rand van de campus van de Radboud Universiteit.

Tijdens deze dag geven we lezingen over ons onderzoek en zijn er rondleidingen in de verschillende laboratoria. Er zullen ook demonstraties en video’s over verschillende methodes van taalonderzoek getoond worden. Kinderen kunnen door het meedoen aan een aantal leuke proefjes een heus wetenschappersdiploma verdienen.

Op de Open Dag kun je:

  • meedoen met een experiment naar de oorsprong van taal op tablets.
  • iemands hersengolven zien terwijl hij zinnen leest, gemeten met elektroden op zijn hoofd.
  • meedoen met een experiment waar je oogbewegingen worden gemeten terwijl je plaatjes beschrijft.
  • rondwandelen in ons Virtual Reality lab.
  • samen met je baby meedoen aan een onderzoekje naar zijn/haar taalontwikkeling.
  • een gebarentolk in actie zien.
  • een tentoonstelling bekijken van alle gesproken talen en gebarentalen wij onderzoeken.
  • zelf het DNA van een aardbei onderzoeken.
  • luisteren naar verschillende lezingen.
  • en nog veel meer!

We hopen je te zien op 27 juni!

Zie ook: http://www.mpi.nl/events/open-dag

Peter Hagoort vertegenwoordigt Spinozaprijswinnaars tijdens openbare hoorzitting over Wetenschapsvisie 2025

Wetenschapsvisie 2025 samenvatting hoofdpunten

Op woensdag 28 januari hield de Tweede Kamer een openbare hoorzitting over de onlangs verschenen Wetenschapsvisie 2025. Vertegenwoordigers van verschillende universiteiten en wetenschappelijke organisaties waren uitgenodigd om hier te spreken. Peter Hagoort vertegenwoordigde de 73 winnaars van de Spinoza Prijs. Zijn bijdrage kunt u hieronder lezen.

 

Rondetafelgesprek Wetenschapsbeleid, 28 januari 2015

Standpunt Spinozaprijswinnaars

 

Reorganisatie NWO:

– NWO kan aan flexibiliteit winnen, en onnodige verschotting tussen gebieden moet worden voorkomen. Tegelijkertijd moet worden opgemerkt dat ook binnen de huidige NWO multidisciplinaire intiatieven mogelijk zijn. Een voorbeeld daarvan is het programma op het gebied van Hersenen en Cognitie (Nationaal Initiatief Hersenen en Cognitie), waaraan 4 gebieden binnen NWO hebben bijgedragen en waar inmiddels 20% van de Vernieuwingsimpulsgelden terecht komen.

– Binnen NWO is een verankering van kennis en expertise in verschillende wetenschappelijke deeldomeinen noodzakelijk. Dit is ook het geval in geslaagde wetenschappelijke partnerorganisaties in het buitenland, zoals de DFG (Duitsland) en de NSF (VS). De verschillen in kennisculturen tussen verschillende wetenschappen (bijv. natuurwetenschappen vs. geesteswetenschappen) moeten in de organisatie herkenbaar blijven. Dit sluit multidisciplinaire initiatieven en samenwerking geenszins uit (zie hierboven).

– Binnen NWO en de deeldomeinen moeten erkende wetenschappers beslissingsbevoegdheid houden t.a.v. inhoud en budget van en voor wetenschappelijk onderzoek. Het rapport Van der Steenhoven geeft wetenschappers een adviserende rol, maar geen  beslissingsbevoegdheid. Dit wijzen wij af. Bij succesvolle wetenschappelijke organisaties (bijvoorbeeld de Max Planck Gesellschaft, de meest succesvolle wetenschapsorganisatie in Europa) staan de kenners van het primaire proces (excellente wetenschappers) aan het roer.

De maakbaarheid van wetenschap

– Beleid is gebaseerd op de kennis van vandaag. In de wetenschap gaat het om de kennis van morgen. Er is geen receptenboek om met de kennis van vandaag de kennis van morgen te kunnen voorspellen. Wie zo’n receptenboek had, zou er goed aan doen te investeren in een appartement in Stockholm: de ene na de andere Nobelprijs zou worden binnengehaald.

– Om die reden kan wetenschapsbeleid de condities voor wetenschappelijke kennisvergaring optimaliseren, maar de inhoud daarvan niet bepalen. De wetenschapsvisie is hieromtrent te optimistisch: de gedachte van kenniscocreatie met maatschappelijke partijen waarbij nieuwe kennis wordt gecreёerd die aansluit bij de praktijk vooronderstelt de voorspelbaarheid van nieuwe kennis. Dat is een illusie.

– Nieuwe kennis leidt vaak tot geheel nieuwe praktijken en toepassingen. De algemene relativiteitstheorie maakte de TomTom mogelijk. De praktijkbehoefte aan precieze navigatie is echter geen garantie dat de algemene relativiteitstheorie wordt ontdekt. Belangrijke toepassingen van wetenschap (en toegepaste wetenschappen) bestaan bij de gratie van kennis die vanuit brede fundamentele wetenschap en vanuit een diversiteit aan disciplines worden aangeleverd. De volgorde in de kennisketen omkeren zal noch leiden tot betere wetenschap noch tot betere toepassingen.

De onzekere toekomst

In de complexe en globale samenleving waarin wij leven, zijn de problemen van morgen veelal moeilijk te voorzien (denk aan 9/11). Om die reden is het cruciaal een breed kennisimmuunsysteem te hebben dat aan oplossingen bij kan dragen indien onvoorziene problemen zich voordoen. De wetenschappen vormen de basis van dat kennisimmuunsysteem. Het is derhalve cruciaal dat immuunsysteem niet te smal te maken. Een te sterke focus op topsectoren is daarom onverstandig.

Ceterum censeo

Overigens zijn wij van mening dat een wetenschapsagenda weinig kans van slagen heeft indien de bijbehorende perspectieven op investering in wetenschap ontbreken. Nederland dreigt steeds meer uit de pas te lopen bij andere landen met een hoogwaardige kennisinfrastructuur als het om investeringen in R&D gaat.

 

Peter Hagoort sprak al eerder zijn zorgen uit over de Wetenschapsvisie. Lees ook deze post die eerder op hettaligebrein.nl verscheen.

 

Peter Hagoort was bij de NWO Spinoz@Night

Bron: Spinoz@night

Spinoz@Night is een nieuwe talkshow van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Op vrijdagavond 3 oktober vond de eerste editie plaats in café Dudok Den Haag. Het publiek maakte kennis met wetenschappers die de wereld veranderen. Spinoz@Night is een avond vol wetenschap in het teken van de NWO-Spinozapremie. De Spinozapremie is de hoogste onderscheiding in de Nederlandse wetenschap. NWO reikt de premie dit jaar voor de 20ste keer uit. Spinoz@Night werd gepresenteerd door Eva Jinek en Winfried Baijens. Aan de talkshowtafel ontvingen ze een aantal van de topwetenschappers die de Spinozapremie in de afgelopen 20 jaar hebben mogen ontvangen.

Het populairwetenschappelijke tijdschrift Quest legde met Quest Test Nederland de vreemdste vraagstukken voor aan de lezers van Quest. Samen met cognitief neurowetenschapper Peter Hagoort (NWO-Spinozalaureaat 2005) ontwikkelde het populairwetenschappelijke tijdschrift Quest een test (lees daar meer over in een eerdere post op hettaligebrein.nl). We beoordelen andere mensen voortdurend op hun uiterlijk. Maar hoe werkt dat nou precies? Publiek kon op voorhand de test maken via Quest Test Nederland. Bij Spinoz@Night presenteerden Peter Hagoort en Quest een aantal opvallende resultaten.

Heb je Spinoz@night gemist, of wil je de avond nog eens herbeleven dan kan dat! Klik op deze link, en bekijk de interviews nog eens vanuit je luie stoel terug.

Bron: http://www.spinozanight.nwo.nl

Hoe beoordeel jij iemands uiterlijk?

We beoordelen andere mensen voortdurend op hun uiterlijk. Maar hoe werkt dat nou precies? Dat wil Peter Hagoort graag weten. En jij kunt hem helpen!

Het enige wat je hoeft te doen is deze test maken, waarbij je 20 foto’s moet beoordelen.

De resultaten van het onderzoek worden op 3 oktober in het Haagse café Dudok bekendgemaakt tijdens Spinoz@Night, een door Eva Jinek gepresenteerde talkshow, georganiseerd door de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

Bron: http://www.quest.nl/test/hoe-beoordeel-jij-iemands-uiterlijk

Terugkijken op SNL2014

De Society for Neurobiology of Language conferentie 2014 vond anderhalve week geleden plaats in Amsterdam, zoals je eerder hebt kunnen lezen op hettaligebrein.nl. Vandaag een terugblik op de conferentie door middel van interviews met deelnemende toponderzoekers en je kunt hier het openingsfilmpje bekijken!

Peter Hagoort, de organisator, heeft achteraf een goed gevoel over de conferentie: ‘Er waren excellente keynote sprekers, en ook Amsterdam liet zich van zijn zonnige zijde zien.’

Jeffrey Binder was de organisator van de vorige SNL conferentie, in San Diego, Californie, in 2013. Hij vindt dat Peter Hagoort SNL2014 geweldig heeft georganiseerd: ‘Ik denk dat dit de beste SNL conferentie tot nu toe is. De locatie [de Beurs van Berlage – JF] is geweldig. Er heerst hier een kosmopolitische, levendige sfeer die waarschijnlijk voor een heleboel taalonderzoekers een belangrijke reden was om hierheen te komen.’ Ook vindt hij de keuze voor de keynote sprekers erg goed. ‘De lezingen gaan over evolutie, zangvogels, over hersenritmes. Het is erg belangrijk voor onze organisatie om samen te werken met andere disciplines omdat taal nauw verwant is aan evolutionair oudere processen, omdat het later ontstaan is bovenop meer algemene systemen in de hersenen. Er is altijd communicatie geweest tussen dieren – wat wij taal noemen is slechts een zeer speciale en verfijnde variëteit ervan.

In de onderzoeksgroep van Jeffrey Binder wordt onderzocht hoe concepten zijn gerepresenteerd in de hersenen. Binder heeft tijdens SNL2014 inspirerend werk van collega’s gezien die onderzochten hoe woorden gecombineerd worden. ‘Er zijn verschillende manieren om dat te doen. De eerste is dat eigenschappen van elk van twee verschillende woorden worden gecombineerd tot een nieuw woord dat beide eigenschappen heeft, bijvoorbeeld ‘zebravink’: dat is een vink met zebrastrepen. De tweede manier is dat twee verschillende woorden samen worden gevoegd omdat ze een bepaalde relatie met elkaar hebben. Maar de woorden blijven verwijzen naar twee aparte concepten, bijvoorbeeld in het hypothetische geval van een ‘vinkadelaar’: een adelaar die op vinken jaagt. Ik denk dat deze twee manieren van het combineren van woorden uitgevoerd worden door verschillende systemen in de hersenen. ‘

Katrien Segaert is werkzaam als post-doc in het Neurobiology of Language department van Peter Hagoort en dit is haar derde SNL editie. ‘Wat me opviel is dat de conferentie steeds groter en het publiek breder en diverser wordt. Dat maakt de conferentie steeds leuker voor mij’. Katrien presenteerde dit jaar een poster over hersenoscillaties tijdens grammaticale verwerking. ‘Er waren bij deze editie nog verschillende andere posters over dit onderwerp – een stuk meer dan bij eerdere edities – dus de interesse in deze onderzoeksvraag leeft. Met de onderzoekers die ik tijdens de postersessies heb leren kennen, had ik interessante en diepgaande discussies over allerlei verschillende analysetechnieken. Een zeer waardevolle ervaring!’

testOok Peter Hagoort presenteerde een poster. Meestal doen senior onderzoekers dat niet zelf, maar Peter vindt dat iedereen zijn onderzoek moet kunnen presenteren op meerdere wijzen, onder andere als poster. ‘Het was leuk omdat er een discussie ontstond met meerdere vooraanstaande collega’s over het ‘unificatie concept’, dat centraal staat in mijn theorie over de neurobiologie van taal.’

Roel Willems, senior onderzoeker in het Neurobiology of Language department van Peter Hagoort vond de lezing van Pim Levelt heel interessant. ‘Het is goed om soms eens een historisch perspectief in te nemen en daarvan iets op te steken voor ons eigen werk.’

Antje Meyer is mededirecteur van het Max Planck Instituut voor Psycholinguistiek in Nijmegen en hoofd van het Psychology of Language departement. Dit jaar was zij voor het eerst op een SNL conferentie. ‘Een verschil met andere conferenties waar ik ben geweest, is dat je ziet dat er hier veel jonge mensen zijn die heel anders nadenken over taal. Toen wij 30 jaar geleden begonnen, waren we veel meer beinvloed door linguistische theorieen: taal doet dit volgens Chomsky, dus dit dienen we te testen. Dat is nu niet meer zo. Het onderzoek van nu komt voort uit de biologie. Je bekijkt eerst wat verschillende hersengebieden eigenlijk doen en vervolgens ga je pas kijken wat dat met taal te maken heeft. Ik denk dat je uiteindelijk beide benaderingen nodig hebt.’

Jolien Francken is promovenda in het Neurobiology of Language Department van Peter Hagoort

 

SNL2014 dag 3: wat is ‘neurobiologie van taal’ eigenlijk?!

Op de derde dag van de Society for Neurobiology of Language conferentie stond een debat op het programma met als titel: wat is ‘neurobiologie van taal’ eigenlijk? Dat lijkt op het eerste gezicht misschien een hele rare vraag, aangezien de aanwezige wetenschappers hun leven hebben gewijd aan juist dat onderzoeksveld! Zouden ze dan ondertussen geen idee hebben waar het eigenlijk over gaat? Het antwoord is ja, en nee. Ja, omdat ze allemaal belangrijk onderzoek doen dat over een klein onderwerpje gaat binnen de neurobiologie van taal, bijvoorbeeld over tweetaligheid, hoe concepten zijn opgeslagen in de hersenen, of over taalontwikkeling bij kinderen. Tegelijkertijd is neurobiologie van taal’ zó’n brede en overkoepelende term, dat er niet echt een duidelijke definitie van bestaat. Ja oke, we bestuderen neurobiologie (= de hersenen) en taal. Maar wat bedoelen we nu precies als we zeggen dat ons doel is te begrijpen wat ‘de neurobiologische processen die ten grondslag liggen aan het spreken en begrijpen van taal’ zijn?

Steven Small en Angela Friederici, twee vooraanstaande wetenschappers in het vakgebied, gaven de aftrap van het debat waaraan de hele zaal mocht deelnemen. En wat bleek? Er bestaan twee heel verschillende ideeën van wat de neurobiologie van taal is.

Angela-D.-Friederici-B

Friederici betoogde dat het doel van de neurobiologie van taal is de neurale en biologische basis te vinden van de theorieën over taal die linguisten (taalonderzoekers) in de afgelopen decennia hebben ontwikkeld. Er zijn eigenlijk twee stappen te onderscheiden: eerst moet je een goed model maken van hoe bijvoorbeeld grammatica werkt, onder andere door de verschillende onderdelen en aspecten ervan helder te definieren en te zien hoe deze interacteren in de tijd. Verschillende onderzoekers kunnen elk hun eigen model ontwikkelen, en welk model het beste is hangt uiteindelijk af van hoe goed het kan beschrijven en voorspellen hoe taal werkt. Dit is de ‘linguistische stap’. De tweede stap is de neurobiologische basis van het model onderzoeken door naar de hersenen te kijken.

Small had een heel ander idee van wat neurobiologie van taal is. Hij betoogde dat het niet gaat om dat je iets in de hersenen meet, maar om dat je de juiste vragen stelt – vragen op het niveau van de hersenen, in plaats van vragen op het niveau van taal. ‘Wat is de neurobiologie van grammatica’ is dus volgens Small geen NBL vraag, maar een linguistische vraag. Opzich vindt hij dat soort vragen belangrijk, en als anderen ze interessant vinden moeten ze ze vooral onderzoeken, maar hij is het niet met Friederici eens dat je dit soort onderzoek ‘neurobiologie van taal’ moet noemen.

Steve-Small

Wat voor soort vragen vindt Small dan wel neurobiologie van taal vragen? Hij vindt dat we moeten beginnen met onderzoeken hoe de hersenen werken. Hypothesen moeten gaan over biologische processen die betrokken zijn bij taal, niet andersom. Kennis over hoe de hersenen werken kan vervolgens linguistische theorieën veranderen, verbeteren en verfijnen. Maar het kan ook zijn dat een model helemaal niet blijkt te kloppen met de neurobiology. Small: ‘Take into account the architecture of the brain to understand what kinds of processes can be in your theory’. Voor Small is taal iets heel veelomvattends: taalgedrag van echte mensen in de echte wereld. Linguistische modellen vindt hij slechts waardevol als ze échte taal beschrijven, in plaats van een experimenteel effect dat alleen voorkomt in het laboratorium.

Friederici vindt dit veel te onduidelijk, volgens haar gaat Smalls definitie meer over communicatie in het algemeen dan over taal. Zij wil juist eerst taal goed modelleren en opdelen in verschillende stukjes voordat ze naar de hersenen gaat kijken. Want als je weet hoe het brein werkt, volgt daar niet vanzelfsprekend uit dat je complexe cognitieve functies zoals taal begrijpt.

Een opmerking uit het publiek vatte het probleem goed samen en verbond het terloops met de openingslezing van Pim Levelt: ‘De discussie komt voort uit het feit dat we het oneens zijn over de definitie van ‘taal’. Er zijn twee opties: de ene is om specifieker te zijn, maar dan verliezen we misschien juist dat waarin we geïnteresseerd zijn. De tweede is om alles onder de noemer ‘taal’ te scharen, maar dan eindigen we met betekenisloos onderzoek. Want wat leert het ons als het hele brein betrokken is bij taal? Eigenlijk zitten we nog steeds middenin het ‘localism’ vs. ‘holism’ debat dat de geschiedenis van de psycholinguistiek kenmerkt’.

Jolien Francken is promovenda in het Neurobiology of Language Department van Peter Hagoort

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑