Het valt mensen soms niet op dat de betekenis van de tweede zin eigenlijk het tegenovergestelde is van wat de eerste zin betekent: ons taalverwerkingsvermogen is misschien niet zo goed als dat we vaak denken. Onderzoek heeft laten zien dat ongeloofwaardige zinnen met een complexe structuur soms verkeerd geïnterpreteerd worden, namelijk overeenkomstig met de geloofwaardige interpretatie.

Al bijna twintig jaar wordt dit fenomeen, genaamd goed-genoeg verwerking,bestudeerd met als doel te begrijpen waarom we de dingen die we horen soms verkeerd interpreteren. Goed-genoeg verwerking verwijst naar het idee dat onze verwerking van de talige input nét goed genoeg is om normaal te kunnen functioneren, zonder dat we daadwerkelijk controleren of onze interpretatie wel de juiste is. Iets vergelijkbaars gebeurt in de Mosesillusie: wanneer de vraag gesteld wordt “Hoeveel dieren van elke soort nam Moses mee op z’n ark?” hebben mensen vaak niet door dat het Noah was, en niet Moses, die dieren meenam op de ark, en ze beantwoorden de vraag dan ook met “twee”. Verkeerde interpretaties komen echter het meest voor bij complexere zinnen. Om een voorbeeld te geven, als we de zin “de hond bijt de man” lezen, interpreteren we die bijna altijd correct. Hetzelfde geldt voor de tegenovergestelde zin, “de man bijt de hond”; het kost ons geen moeite deze zin correct te interpreteren, ook al beschrijft de zin een ongeloofwaardige situatie. Echter, de moeilijkere zin “de hond werd gebeten door de man” wordt soms verkeerd geïnterpreteerd, alsof de hond de man beet. Zulke verkeerde interpretaties komen verrassend genoeg 20-30% van de tijd voor bij zinnen met een complexe woordvolgorde (bijvoorbeeld in passieve zinsconstructies).

Hoe zou dat komen? Eén idee stelt dat we tijdens het luisteren bepaalde heuristieken, of “quick and dirty interpretations”, gebruiken om snel een geloofwaardige interpretatie te genereren. Om hiervan een voorbeeld te geven, in de zin “de hond werd gebeten door de man” wordt aangenomen dat het eerste zelfstandig naamwoord, de hond, de uitvoerder van de actie is, terwijl de man wordt geïnterpreteerd als degene die de actie ondergaat, ook al geeft de passieve zinsconstructie aan dat de interpretatie juist het tegenoverstelde moet zijn. De volledige verwerking van de woordvolgorde (de syntactische verwerking) gebeurt in parallel en is langzamer, en wordt soms zelfs niet eens afgemaakt.

Het goede nieuws is dat dit ons dagelijks leven waarschijnlijk niet zal beïnvloeden, omdat informatie normaal gesproken wordt overgebracht in een bepaalde context, die bij de heuristieke verwerking kan helpen. Als je bijvoorbeeld iets ongeloofwaardigs gaat zeggen, weet je als spreker dat het handig is als je nadruk daarop legt, zodat de luisteraar het toch begrijpt. Daarnaast is het zo, dat net zoals luisteraars niet altijd goed begrijpen wat er wordt gezegd, zo maken sprekers ook fouten tijdens het spreken: de ongeloofwaardige betekenis kan de fout zijn van de spreker, en die fout kan door de luisteraar dan weer over het hoofd worden gezien. Hoewel ons communicatiesysteem dus niet altijd perfect is, werkt het goed genoeg om te zorgen dat we elkaar begrijpen.

Meer weten over ‘goed-genoeg verwerking’?

Ferreira, F. (2003). The misinterpretation of noncanonical sentences. Cognitive psychology47(2), 164-203.

Ferreira, F., Bailey, K. G., & Ferraro, V. (2002). Good-enough representations in language comprehension. Current directions in psychological science11(1), 11-15.

Ferreira, F., & Lowder, M. W. (2016). Prediction, information structure, and good-enough language processing. In Psychology of learning and motivation (Vol. 65, pp. 217-247). Academic Press.