Of we nu willen of niet, ons dagelijks taalgebruik zit vol met ehs en uhms, pauzes en andere aarzelingen. Zulke onderbrekingen van vloeiende spraak hebben een negatief imago: er zijn zelfs hele artikelen geschreven met tips om te voorkomen dat je eh zegt. Maar het wordt hoog tijd om onze negatieve houding tegenover ehs en uhms bij te stellen.

ellie_author_templateJe denkt misschien dat al die ehs, uhms en andere onvloeiendheiden het lastig maken om te volgen wat iemand zegt. Maar niets is minder waar: resultaten van verschillende experimenten hebben laten zien dat onvloeiendheden in spraak taalbegrip juist makkelijker maken. Luisteraars onthouden woorden beter en sneller als die woorden volgen op een eh dan als diezelfde woorden in een vloeiende zin worden uitsproken. Het lijkt er dus op dat onze hersenen informatie beter verwerken na het horen van een onvloeiendheid in spraak.

Hoe komt het dat informatie beter wordt verwerkt na het horen van een eh? Hierover verschillen wetenschappers van mening. Sommige denken dat dit komt omdat een onvloeiendheid in een zin ons brein extra tijd geeft om de rest van die zin te verwerken. Andere denken dat een onvloeiendheid of aarzeling aandacht trekt, en onze herseren de informatie die volgt op een eh met meer aandacht verwerken. Een andere mogelijkheid is dat eh-gebruik invloed heeft op onze verwachtingen over wat iemand gaat zeggen.

group_uhm

Een manier om inzicht te krijgen in wat luisteraars verwachten tijdens het luisteren is door met behulp van een eye-tracker te registreren waar ze naar kijken op een computerscherm. Zo hebben we uit eerder onderzoek geleerd dat luisteraars kijken naar wat ze horen: zodra ze het woord ‘hond’ horen, kijken ze naar een plaatje van een hond op het scherm. Onderzoek heeft ook laten zien dat onze oogbewegingen verraden wat we denken dat we gaan horen: als luisteraars verwachten dat iemand ‘hond’ gaat zeggen, kijken ze al naar de hond nog voordat het woord is uitgesproken.

board_uhm
Stop niet met aarzelen, onvloeiendheiden helpen de communicatie.

Zulk soort oogbewegingsexperimenten zijn ook gebruikt om aan te tonen dat het horen van een aarzeling de verwachting over de afloop van een zin verandert. Zo verwachten we na een eh bijvoorbeeld iets te horen met een ongewone of zeldzame naam, of we voorspellen dat de spreker iets gaat zeggen dat nog niet eerder in het gesprek aan bod was gekomen. Het idee is dat luisteraars eh gebruiken als signaal dat de spreker extra moeite moet doen om het volgende woord op te halen uit zijn geheugen, om daar vervolgens hun voorspellingen op aan te passen.

Het lijkt er dus op dat onze hersenen informatie beter verwerken na het horen van een onvloeiendheid in spraak.

Nu pleiten we er niet voor om expres ehs en uhms te gaan gebruiken in elke zin die je zegt, maar we hopen wel dat aarzelingen in spraak iets van hun negatieve imago kwijtraken. De volgende keer dat je jezelf betrapt op overmatig eh– en uhm-gebruik, denk dan aan het wetenchappelijk nut van je geaarzel: dankzij jouw ehs en uhms begrijpen wij beter hoe ons brein taal verwerkt.

 

Featured image: Jacob Botter (flickr)