Geschreven door: Matthias Sjerps

We luisteren elke dag naar de spraak van tientallen verschillende mensen. Denk bijvoorbeeld aan de verschillen tussen de stem van een jonge vrouw, het hoge stemmetje van een kleuter of de bromstem van een oude heer. We kunnen de spraak van deze mensen vaak moeiteloos verstaan, ook al klinken hun stemmen enorm verschillend. Maar hoe komt het dan dat mensen zo goed zijn in het verstaan van spraak van al deze verschillende mensen? Het antwoord zit hem vooral in de manier waarop we gebruik maken van context!

Context draagt op allerlei manieren bij aan het verstaan van spraak. Om te laten zien hoe belangrijk context is voor onze waarneming in het algemeen, is het makkelijk om een visueel voorbeeld te geven. In het plaatje hieronder zien we een Rubik’s kubus waar schaduw over valt. Deze context gebruiken we om te interpreteren wat we zien. Kijk bijvoorbeeld eens naar de kleuren van het middelste vakje op de bovenkant en het middelste vakje op de linker voorkant van het linker plaatje hieronder. Welke kleuren denk je dat die vakjes zijn?

color_illusion

Geloof het of niet, maar beide vakjes zijn exact dezelfde kleur! Dat kan je beter zien wanneer de context wordt bedekt zoals in het rechter plaatje. De vlakjes in het linker plaatje lijken een andere kleur omdat de context van het plaatje op het ene vakje schaduw suggereert en op het ander niet. Hoewel veel mensen bekend zijn met deze of andere visuele illusies bestaan dezelfde soort invloeden van context ook wanneer we naar spraak luisteren.

matthias_templateHet verschil tussen een “oo” en een “oe” (zoals in de woorden “boor” en “boer”) bestaat uit een verschil in de “klankkleur” van deze spraakgeluiden. Een “oe” heeft een iets lagere (donkerdere) klankkleur dan een “oo”. Maar wanneer je naar de zware, donkere stem van een lange man luistert hebben alle spraakgeluiden überhaupt een lagere klankkleur dan wanneer je naar het piepstemmetje van een kind luistert. Toch is het niet zo dat alle klinkers van een lange man als “oe” klinken, en alle klinkers van een kind als “oo”. Luisteraars compenseren namelijk automatisch voor verschillen tussen sprekers doordat ze in staat zijn om automatisch en heel snel een inschatting te maken van de gemiddelde stemkarakteristieken van een spreker. Deze kennis gebruiken we vervolgens onbewust om die gemiddelde stemkarakteristieken uit het signaal te “filteren” (net zoals we onbewust de invloed van schaduw uit het plaatje hierboven filteren) zodat alleen de bedoelde klinker overblijft.

Luisteraars compenseren namelijk automatisch voor verschillen tussen sprekers…

En op een vergelijkbare manier kunnen mensen zich ook aanpassen aan andere soorten verschillen in spraakgebruik. Denk bijvoorbeeld aan verschillen in spreeksnelheid. In het nederlands hebben we korte en lange klinkers (zoals in “gas” en “gaas”). Maar sommige mensen praten veel sneller dan anderen. Hoe komt het dan dat we deze klinkers niet altijd als “a” horen voor snelle sprekers, en altijd als “aa” voor langzame sprekers? Wederom komt dat doordat we gebruik maken van context. Luisteraars passen zich onbewust aan aan het ritme van een spreker in de voorgaande zinnen, en “filteren” de gemiddelde spreeksnelheid uit het signaal, om vervolgens de bedoelde klinker waar te nemen.

Luisteraars passen zich onbewust aan aan het ritme van een spreker in de voorgaande zinnen.

Door deze en andere onbewuste “trucjes” van ons brein zijn mensen ontzettend goed in het verstaan van spraak. Sterker nog, ondanks het gebruik van supercomputers lukt het nog steeds niet om ze net zo goed te laten zijn in het verstaan van spraak als willekeurige mensen (stel Siri maar eens een vraag in een drukke kroeg!). Dat komt omdat er nog veel onbekend is over de hersen-processes zoals hierboven beschreven. Deze processen helpen ons bij het verstaan van spraak onder verschillende omstandigheden. Een goede reden om verder onderzoek te doen naar ons talige brein!

 

 

 

 

Advertenties