Geschreven door: Maria Sakarias
Vertaald door: Geertje van Bergen

Zowel filosofen als wetenschappers uit verschillende disciplines zijn al jaren geïntrigeerd door de vraag of de taal die we spreken bepaalt hoe we denken. Het bekendste (en vaak verkeerd geïnterpreteerde) “bewijs” hiervoor heb je vast weleens gehoord, namelijk de claim dat Eskimo’s wel 50 woorden hebben voor sneeuw. Dit is echter een urban legend, en op basis van deze en andere mogelijk onware beweringen, hebben veel onderzoekers de vraag afgedaan als onzin, en het onderwerp naast zich neergelegd. We zien de wereld immers allemaal op dezelfde manier, ook al spreken we een andere taal. Of niet?

De laatste jaren is er weer meer wetenschappelijke belangstelling in de vraag gekomen. Onderzoekers maken nu gebruik van veel geavanceerdere methoden, die onderzoek naar de kleinste details mogelijk maken. Waar onderzoekers eerst zochten naar simpele verschillen tussen sprekers van verschillende talen in de woorden die ze gebruikten, is de focus nu verschoven naar de verschillen tussen sprekers van verschillende talen in de hersenen.

map_estonia
Originele foto door wikipedia.

In ons huidige onderzoeksproject kijken we naar het Estisch, een kleine taal die maar door ongeveer een miljoen mensen wordt gesproken. Het Estisch hoort tot de Fins-Oegrische taalfamilie: het lijkt veel op het Fins, en een beetje op het Hongaars. Net als die twee talen heeft het Estisch een uitgebreid naamvalssysteem om de precieze functie van een woord in de zin duidelijk te maken. Als je een nieuw woord leert, moet je 13 verschillende naamvalsuitgangen leren die bij dat woord horen, en die allemaal een andere grammaticale functie uitdrukken. Het woord jäätis (ijsje) bijvoorbeeld wordt jäätist, jäätise, jäätisele, jäätisel, jäätiselt, jäätisesse, jäätises, jäätisest, jäätiseks, jäätiseni, jäätisena, jäätiseta of jäätisega, afhankelijk van een heleboel factoren. Lastig he? Ik kan je garanderen dat het mogelijk is om de taal te leren, maar het kost wel een hoop tijd!

Een van de factoren die bepaalt welke naamval je moet gebruiken, is of de handeling die je beschrijft een resultaat (of eindproduct) oplevert of niet. Als sprekers van het Estisch een handeling beschrijven als het meisje schreef een gedicht, dan gebruiken ze een andere naamval voor gedicht, afhankelijk van of het meisje het gedicht daadwerkelijk afgerond had (luuletuse), of dat het meisje ophield met schrijven voordat het gedicht af was (luuletust). Sprekers van het Nederlands zouden in beide gevallen dezelfde zin gebruiken. Nu vragen wij ons af: als dat eindresultaat zo belangrijk is in je taal, betekent dat dan ook dat sprekers van het Estisch meer aandacht schenken aan het resultaat van een handeling dan sprekers van het Nederlands, of dat ze het eindproduct misschien beter onthouden?

snoopy_ice

Om deze vraag te onderzoeken hebben we een heleboel korte filmpjes opgenomen van mensen die allerlei handelingen uitvoeren (zoals een puzzel maken, een cirkel knippen uit een vel papier, water inschenken) en we lieten deze filmpjes zien a Estische en Nederlandse moedertaalsprekers. Terwijl ze de filmpjes bekeken hebben we met een eye tracker gemeten waar ze precies naartoe keken. In het eerste experiment vroegen we proefpersonen om hardop te beschrijven wat ze in de filmpjes zagen. In het tweede experiment hoefden proefpersonen de filmpjes alleen te bekijken, terwijl ze ondertussen moesten letten op de achtergrondgeluiden van de filmpjes. Bij alle proefpersonen werd getest hoe goed ze onthielden of de handelingen in de filmpjes die ze gezien hadden een eindproduct hadden opgeleverd (zoals een uitgeknipte cirkel) of niet (een half uitgeknipte cirkel).

Hebben sprekers van het Estisch meer aandacht voor het resultaat van een handeling dan sprekers van het Nederlands?

Wat verwachten we te vinden? Zal het gedrag van moedertaalsprekers van het Estisch anders zijn dan dat van Nederlandstalige proefpersonen? We denken dat Estische proefpersonen sneller en langer naar de handelingen kijken dan Nederlanders, en dat ze beter in staat zijn te onthouden of de handelingen in de filmpjes waren afgerond of niet. Met het tweede experiment proberen we er achter te komen of zulke effecten alleen voorkomen in een talige context (als de handelingen ook beschreven moeten worden), of dat de patronen zo diep geworteld zijn dat ze ook optreden als proefpersonen helemaal geen taal gebruiken.

We zijn op dit moment nog bezig met het afnemen van de experimenten. Je zult dus nog even geduld moeten hebben, maar we houden je op de hoogte van de resultaten. Als onze voorspellingen uitkomen, dan kunnen we aantonen dat we niet allemaal op dezelfde manier kijken, en dat we dingen niet op dezelfde manier onthouden: onze moedertaal heeft daar invloed op!

Advertenties