Geschreven door: Matthias Franken

Bij een slechte verbinding via de telefoon of via Skype kan het gebeuren dat je jezelf terughoort met een kleine vertraging. Uit ervaring weten de meesten van jullie vast dat dit erg vervelend kan zijn, en dat je niet meer vlot kan spreken. Dit is een bekend effect: als je jezelf tijdens het spreken terug hoort met een kleine vertraging van ongeveer 200 milliseconden, kan dit erg storend zijn voor je spraakproductie. Je kunt dit ook zelf eenvoudig testen aan de hand van dit eenvoudige programma.

Matthias_November2015

In het lab gebruiken we dit effect om te onderzoeken wat de rol is van het geluid van je eigen stem bij spraakproductie. In het voorbeeld hierboven was het spraakgeluid te horen met een kleine vertraging, maar we kunnen het geluid van je stem ook op andere manieren manipuleren, bijvoorbeeld door de toonhoogte of de klankkleur te veranderen.

In een recente studie hebben we de zogenaamde formantwaarden van spraakklanken gemanipuleerd. Kort door de bocht maken die formantwaarden het verschil tussen bijvoorbeeld de “aa” in “kaas”, de “ee” in “kees” of de “ie” in “kies”. In ons experiment spraken mensen een lange “ee” uit, maar door onze manipulatie hoorden ze zichzelf net wat anders zeggen.

In dit voorbeeld hoor je bijvoorbeeld een spreker “dee” zeggen, en hier hoor je wat de spreker zichzelf tegelijkertijd hoorde zeggen door de koptelefoon (klinkt meer als “die”).

Wij wilden onderzoeken hoe sprekers reageren als ze zichzelf net wat anders horen zeggen dan verwacht. Wat we al weten is dat sprekers over het algemeen compenseren voor de onverwachte feedback. Dat wil zeggen dat ze hun spraak aanpassen in de tegenovergestelde richting van de manipulatie. Bij voorbeeld, als de manipulatie ertoe leidt dat als sprekers “ee” zeggen, ze zichzelf “ie” horen zeggen (een verlaging van de eerste formantwaarde), zouden ze kunnen compenseren door hun eerste formantwaarde juist te verhogen (wat ongeveer zou kunnen klinken als de “a” in het Engelse “bad”).

In ons experiment vergeleken we de reactie van sprekers bij dergelijke spraakmanipulaties in twee situaties. In de ene situatie werd de spraak van de proefpersonen telkens op dezelfde manier gemanipuleerd. Na verloop van tijd zouden sprekers dus kunnen verwachten dat hun spraakgeluid anders zou klinken dan oorspronkelijk verwacht. In de andere situatie was de spraakmanipulatie willekeurig: soms werd hun spraak wel gemanipuleerd, soms niet.

Zoals we verwacht hadden was de reactie (of compensatie) van de sprekers het grootst wanneer de spraakmanipulatie voorspelbaar was. Dit suggereert dat sprekers voorspellen hoe hun eigen spraak klinkt: sprekers konden anticiperen op een voorspelbare manipulatie, wat leidde tot grotere compensatie.

Dit experiment gaf ons meer inzicht in hoe we het geluid van onze eigen stem gebruiken bij spraakproductie. Van ditzelfde mechanisme maken sprekers ook gebruik als de koppeling tussen hun articulatie en hun spraakgeluid daadwerkelijk verandert, denk bijvoorbeeld aan stemverandering bij jongens in de puberteit, de groei van de spraakorganen bij jonge kinderen, spreken met je mond vol, het leren van de uitspraak van een nieuwe taal, of gewoon het maken van een toevallige spreekfout.

Advertenties