“Oh, jij komt uit België?” Als Vlaming in Nederland heb ik die vraag vaak gehoord. Vaak al na enkele woorden of zelfs klanken kunnen Nederlanders mijn accent onderscheiden. Dan gaat het niet enkel om bepaalde woorden of uitdrukkingen die mijn herkomst verraden, maar vooral om spraakklanken die toch net ietsje anders worden uitgesproken. En daar ben je je niet altijd van bewust. Taalvariatie op microschaal, zeg maar.

MatthiasHTB23Feb
Afbeelding: “Hello world”, door JoBrad (openclipart)

 

Bijzonder is dat ook hetzelfde geldt binnen eenzelfde regio: ook twee Nijmegenaren zullen spraakklanken net wat anders uitspreken. Je bent je er misschien niet van bewust – die verschillen in uitspraak zijn best subtiel – maar de ene ‘aa’ klinkt toch net wat anders dan de andere. Waar komt al die variatie vandaan?

Een deel van die variatie kan verklaard worden door je afkomst, maar heel wat andere factoren spelen ook een rol. Zo spreek je net wat anders tegen je baas dan tegen je beste vriend(in), of als je iets trager of juist iets sneller praat. In een recent onderzoek hebben wij onderzocht of je gehoor ook een invloed heeft op de variatie in je uitspraak. We hebben van verschillende sprekers gemeten hoe goed ze spraakklanken konden onderscheiden en hoeveel variatie er was in hun eigen uitspraak van die klanken. De resultaten suggereerden dat mensen met een beter gehoor voor spraakklankverschillen ook zelf minder variatie vertoonden in hun eigen uitspraak van bepaalde klinkers.

We denken dat dit te maken heeft met een feedbackmechanisme dat we gebruiken om onze eigen spraak te monitoren. Als je spreekt, hoor je natuurlijk ook zelf je eigen spraak. Deze vorm van feedback gebruik je voortdurend om te controleren of je geen spreekfouten maakt: als de klank die je jezelf hoort uitspreken niet overeenstemt met wat je bedoelde, heb je een foutje gemaakt en kan je dit eventueel recht zetten. Wellicht zijn mensen met een beter gehoor gevoeliger voor kleine afwijkingen tussen wat ze zichzelf horen zeggen en wat ze eigenlijk wilden zeggen, waardoor deze mensen hun eigen spraak wat sneller of beter kunnen bijsturen, en daardoor na verloop van tijd minder variatie vertonen in hun uitspraak van een bepaalde klank.

Je kunt hetzelfde feedbackmechanisme ook gebruiken om je eigen spraak te controleren in een situatie waar dat noodzakelijker is, bijvoorbeeld als je een vreemde taal leert of spreekt (hier vertelde ik ook al eerder over). Bij het leren van de uitspraak van een nieuwe taal, probeer je vaak een spreker van de taal in kwestie zo goed mogelijk te imiteren. Wij suggereren dat mensen met een beter gehoor voor spraakklanken via dit feedbackmechanisme ook hun eigen uitspraak van vreemde klanken beter kunnen monitoren en indien nodig aanpassen. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen of dit ook klopt.

Geschreven door: Matthias Franken. Matthias is promovendus in het Neurobiology of Language departement van Peter Hagoort

Advertenties