Als mensen praten, variëren ze de melodie en het ritme van hun stem om betekenis toe te voegen die verder gaat dan de woorden in de zin. Afhankelijk van wat we met de toonhoogte van onze stem doen aan het eind van een zin, bijvoorbeeld, kan deze zin vragend (toonhoogte gaat omhoog) of declaratief (toonhoogte gaat omlaag) klinken. Als toonhoogte verbonden is aan een beklemtoonde lettergreep in een woord, noemen we dit een geaccentueerd woord. Als een woord geaccentueerd is, wordt het zorgvuldiger en met meer moeite geproduceerd, duurt het langer en heeft het een hogere toonhoogte of groter verschil in toonhoogte dan woorden die niet geaccentueerd zijn. Luisteraars weten dat geaccentueerde woorden belangrijk zijn. Daarom plaatsen sprekers het accent vaak op de meest belangrijke informatie van de boodschap, die focus genoemd wordt. Dit soort focus-accenten richten de aandacht van de luisteraar op relevante informatie.

In een recent experiment wilden wij bestuderen of luisteraars zinnen anders interpreteren als het focus-woord ofwel met een stijgende, ofwel met een dalende toonhoogte wordt uitgesproken. In het Nederlands worden accenten op focus-woorden normaal gesproken geproduceerd met een dalende toonhoogte. Dit toonhoogteverschil heeft verder geen specifieke betekenis. Stijgende toonhoogte lijkt daarentegen een corrigerende betekenis te hebben. Eerdere studies laten zien dat Engelse sprekers accenten met stijgende intonatie interpreteren als het aangeven van een contrast of een correctie ten opzichte van de vorige zin. Het is de vraag of Nederlandse sprekers toonhoogteverschillen ook interpreteren als signalen voor contrastieve/correctieve betekenis van een woord .

In ons experiment hebben we hersenactiviteit gemeten terwijl proefpersonen naar korte dialogen luisterden. In de dialogen gaf de context aan hoe het antwoord geïnterpreteerd moet worden: neutraal na een vraag als “Wie heeft water gedronken?” of als correctie na een vraag als “Wist jij dat Petra water heeft gedronken?”. Wanneer proefpersonen naar het antwoord “Maria heeft water gedronken” luisterden, zagen we meer activiteit in de hersenen wanneer de naam ‘Maria’ met een stijgende toonhoogte was uitgesproken dan wanneer de naam met een dalende toonhoogte werd geproduceerd. Dit effect was sterker als het geaccentueerde woord in een neutrale context werd verwerkt dan wanneer het in een correctieve context plaatsvond. In andere woorden: luisteraars waren vooral gevoelig voor correctieve accenten als deze gebruikt werden in een context waar niets te corrigeren viel.

Deze resultaten suggereren dat luisteraars niet alleen opletten of een woord geaccentueerd is,  maar ook specifiek op welk toonhoogteverschil daaraan verbonden is. Hoe prominenter het accent van een woord is, des te meer aandacht er nodig is om dat woord te verwerken. Stijgende toonhoogte, net als dalende toonhoogte, dient als een aanwijzing voor de luisteraar waar en hoeveel aandacht er aan de zin besteed moet worden.

Diana Dimitrova is post-doc in het Neurobiology of Language departement van Peter Hagoort.

Advertenties