Voor deze editie van de Society for the Neurobiology of Language Conferentie kon iedereen een voorstel inzenden voor een symposium: een serie van vier presentaties die allemaal min of meer met hetzelfde onderwerp te maken hebben. Het winnende voorstel kwam van Roel Willems, een van de onderzoekers in ‘ons’ Neurobiology of Language Departement.

15584De titel van het symposium was “A neurobiology of naturalistic language use?”.  De meeste onderzoekers op de conferentie zijn het er waarschijnlijk wel over eens dat taal zoals wij dat bestuderen heel anders is dan taal zoals je dat in het dagelijks leven hoort en gebruikt. Toch bestaat er discussie over of dat eigenlijk wel een probleem is dat nu aangepakt zou moeten worden. Taalverwerking in de hersenen is heel complex, en veel onderzoekers vinden dat we eerst moeten begrijpen hoe we de meest simpele vorm van taal verwerken (woorden en zinnen in isolatie), voordat we überhaupt verder kunnen gaan en bijvoorbeeld kunnen gaan onderzoeken hoe een zin wordt gelezen die in het midden van een spannende roman staat.

Roel zelf gaf het eerste praatje en beargumenteerde waarom we taal inderdaad in een meer natuurlijke context moeten gaan bestuderen. De belangrijkste reden die hij daarvoor gaf was dat onze resultaten misschien wel zouden veranderen als we natuurlijke taal zouden bestuderen. Roel gaf voorbeelden van onderzoeken naar visuele perceptie, waar bleek dat er andere resultaten gevonden werden wanneer onderzoekers gebruik maakten van natuurlijke stimuli (bijvoorbeeld een foto van een drukke straat) dan kunstmatige stimuli (een plaatje met blokjes en streepjes). Dat zou natuurlijk ook voor taalonderzoek het geval kunnen zijn.

'Talking' by Pedro Ribeiro Simões
Talking‘ by Pedro Ribeiro Simões

De vraag die dan overblijft is: hoe gaan we dat aanpakken? Het is niet voor niets dat taalexperimenten vaak weinig met natuurlijke taal te maken hebben. Om betrouwbare conclusies te kunnen trekken is veel controle nodig over wat sprekers horen of zeggen; je kunt niet zomaar twee proefpersonen in de MRI scanner leggen en ze maar wat met elkaar laten praten. De overige sprekers in het symposium gaven daarom alvast wat voorbeelden van hoe we taal in een meer natuurlijke context zouden kunnen bestuderen.

De eerste spreker was Jeremy Skipper (University College Londen), die ons vertelde dat het deel van de hersenen waar geluiden het eerst ‘binnenkomen’ (de auditieve cortex) niet zomaar ieder geluid hetzelfde verwerkt. De neuronen in dat hersengebied maken voorspellingen over wat het volgende zou kunnen zijn wat ze te verwerken krijgen. Om die voorspellingen te kunnen maken, maakt het brein gebruik van zowel talige context (wat was het vorige woord) als niet-talige context (wie is de spreker, wat is de omgeving waarin we ons bevinden, wat heb ik al eens eerder meegemaakt). Daarna liet Giovanna Egidi (Universiteit van Trento) ons zien dat taal in een natuurlijke context anders verwerkt wordt dan bijvoorbeeld een woord of zin in isolatie. Bovendien beperkt context zich niet tot talige of fysieke context: ook het humeur van de spreker (blij of verdrietig) beïnvloedt welke delen van de hersenen actief zijn tijdens het verwerken van taal. De laatste spreker in het symposium, Uri Hasson (Universiteit van Trento) presenteerde een voorstel over hoe een nieuw neurobiologisch model van natuurlijke taalverwerking er dan uit zou kunnen zien.

Op de conferentie van volgend jaar zal blijken of er naar ze geluisterd is!

Lotte Schoot is promovenda in Neurobiology of Language Department van Peter Hagoort

Advertenties