Mensen zijn niet de enige diersoorten die communiceren via taal. Op de tweede dag van de Society for Neurobiology of Language conferentie gaf professor Constance Scharff (Freie Universität in Berlijn) een lezing waarin ze liet zien wat de overeenkomsten zijn tussen het menselijke taalsysteem en dat van de zebravink, een zangvogel, om op die manier meer te begrijpen van taal en hersenen.

C.-Scharff-e1397754367728Dat mensen zo goed zijn in taal en communicatie komt natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen. Deze vaardigheden hebben een lange historie en daarom is het interessant om naar de evolutie van taal te kijken. Scharff: ‘De vraag die mij het meest fascineert is: hoe produceren we de geluiden die nodig zijn voor communicatie?’ Sommige dieren kunnen als model dienen om meer te leren over menselijke spraak en taal, ook al bezitten ze slechts één of maar enkele componenten van ons ingewikkelde taalsysteem. Voorbeelden van zulke dieren zijn olifanten, papegaaien, walvissen, vleermuizen en het dier wat Scharff zelf het meest bestudeert: de zebravink, een zangvogel. Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen de zang van een vogel en menselijke taal en communicatie op het niveau van de hersenen en gedrag?

Er zijn mensen die denken dat taal echt iets unieks menselijks is, bijvoorbeeld omdat dieren niet zo creatief met taal om kunnen gaan als wij en nieuwe betekenissen creëren door het combineren van woorden en grammatica. Scharff betwijfelt dat. Ze begint haar lezing daarom met het uit de weg ruimen van een aantal misverstanden over het het gebruik van taal door dieren. Misverstand één: dieren gebruiken taal alleen voor communicatie met anderen. Dit is onjuist: zebravinken zingen ook wanneer ze alleen zijn. Misverstand twee: dieren zijn niet in staat om betekenis toe te kennen aan objecten. Ook fout: papegaaien kunnen de relatie tussen een object en een geluid leren of aangeven welk object mist. En honden kunnen woorden leren voor een heleboel verschillende dingen.

'Zebra Finches' by NeilsPhotography
Zebra Finches‘ by NeilsPhotography

Scharff bespreekt eerst de overeenkomsten in taalgedrag tussen mensen en dieren, en dat zijn er nogal wat! Ten eerste leren zowel mensen als zebravinken taal door imitatie. Jonge zebravinkjes leren hun taal door te ‘babbelen’, het maken van geluidjes die lijken op die van hun ouders, net als mensenbaby’s doen. Ook sociale factoren zijn van belang voor de taalontwikkeling: zangvogels leren hun zang beter als ze die leren van een echte vogel dan van een cassettebandje.

Scharff laat ons ter illustratie een geweldig audiofragment horen van twee mannetjesnachtegalen die naar elkaar zingen. Zo wil ze laten zien dat vogels, net als mensen, om beurten ‘met elkaar kletsen’. Soms zingen ze elkaar precies na, en wachten ze tot de ander klaar is met zingen voor ze antwoorden. Maar wanneer ze aggressie willen tonen aan hun gesprekspartner, beginnen ze al met zingen voordat de ander zijn zin heeft afgemaakt. Heel herkenbaar toch?

Hoe zit het met de hersenen van zangvogels? Zijn de hersengebieden die zang verwerken vergelijkbaar met de taalgebieden in het menselijke brein? Scharff toont overtuigend aan dat het taalproductiesysteem van zangvogels heel erg lijkt op dat van mensen. Als er in een bepaald gedeelte van de hersenen van zangvogels (gebied X genoemd, in de basale ganglia) een beschadiging optreedt, wordt de zang van zebravinken slecht aangeleerd, laat deze meer variatie zien en worden bepaalde melodieën steeds weer herhaald. Een laesie in het vergelijkbare hersengebied in mensen resulteert in stotteren en andere spraakafwijkingen.

Voor degenen die na Scharffs lezing nog steeds denken dat het menselijke taalsysteem uniek is, heeft ze een duidelijk advies: ‘Claim less, study more!’.

Jolien Francken is promovenda in het Neurobiology of Language Department van Peter Hagoort

Advertenties