stolk_thesis_frontcoverVolgende week dinsdag 2 september zal Arjen Stolk zijn proefschrift verdedigen, getiteld ‘On the generation of shared symbols’. De dag ervoor vindt er een symposium plaats waarbij internationale sprekers over dit onderwerp zullen spreken en discussiëren: ‘Towards a neuroscience of mutual understanding’. Vandaag besprak ook de Volkskrant zijn onderzoek.

Begrepen worden is een kwestie van de juiste woorden kiezen, die grammaticaal aaneenrijgen en het gezegde ondersteunen met de juiste gebaren. Toch? Nee, daar komt nog een belangrijk element bij: inspelen op het begrip van de ander.

Neurowetenschapper Arjen Stolk bedacht een slim experiment om de rol van inspelen op elkaars begrip te testen. Iemand vraagt je de weg in het stadscentrum. In je antwoord verwerk je wat je over die ander denkt te weten: spreekt hij met een gek accent of lijkt hij haast te hebben, dan gebruik je bijvoorbeeld andere woorden of kortere zinnen. Stolk laat zien hoe deze processen in de hersenen werken en dat je al vanaf jonge leeftijd in staat bent om je aan te passen aan je partner. Crèche-gaande kinderen vanaf vijf jaar laten die vaardigheid al zien.

‘Wanneer mensen elkaar proberen te begrijpen, zijn hun hersenen niet alleen gefocust op afzonderlijke communicatieve acties zoals woorden en gebaren. Ze lijken voornamelijk rekening te houden met wat ze denken dat de ander weet tijdens het plannen, uitvoeren en observeren van die acties. En die kennis wordt continu ververst, want na feedback over wat de ander begrijpt, pas je je telkens aan. Je stemt constant op elkaar af.’ De beste taal is immers die, die begrepen wordt.

Om dit te onderzoeken ontwikkelde Stolk een simpele maar ingenieuze computertaak (lees hier meer over in een eerdere post op hettaligebrein.nl). Twee proefpersonen moeten samen een opstelling namaken die slechts één van hen te zien krijgt, zonder dat ze daarover met elkaar mogen praten. Ook kunnen ze elkaar niet zien. Ze kunnen alleen informatie uitwisselen door objecten op het scherm te verplaatsen (Figuur 1). Vervolgens laat de computer zien of de door hen gemaakte opstelling goed of fout is en krijgen ze weer een nieuwe doelopstelling voorgeschoteld.

De linkerproefpersoon (blauw) bedient het blauwe object, de rechterproefpersoon (oranje) het oranje object. Alleen de blauwe proefpersoon ziet de doelopstelling. Hij moet vervolgens het blauwe object op de juiste plaats zetten en bovendien een manier verzinnen om de rechterproefpersoon duidelijk te maken waar het oranje object moet komen te staan. De oranje proefpersoon ziet alleen de bewegingen die de blauwe proefpersoon met zijn object maakte, en moet op basis van die informatie het oranje object op de juiste plaats zetten.

Verschillende koppels gebruiken verschillende bewegingspatronen om dezelfde opstellingen aan elkaar uit te leggen. ‘Ieder koppel verzint zo dus eigenlijk een nieuwe taal. En naarmate de koppels beter op elkaar ingespeeld raken, ontwikkelt die taal zich steeds verder.‘ In Stolks’ computertaak is de oplossing met de minste zetten dus niet per se de beste. ‘De gemakkelijkst interpreteerbare oplossing voor je partner is de beste. Het gaat erom dat je bewegingen gebruikt die je medespeler kan begrijpen.’

Stolk liet de proefpersonen de computertaak tegelijkertijd uitvoeren in een dubbele fMRI-scanner. Hij zag een overlap in hersenactiviteit tussen het selecteren van de acties door de linkerproefpersoon en het interpreteren van die acties door de rechterproefpersoon, in de rechtertemporaalkwab van de hersenen. Die activiteit werd sterker naarmate de proefpersonen samen meer opstellingen oplosten en elkaar dus beter begrepen. Ook was de activiteit meer synchroon in tweetallen die gelijktijdig gescand werden. Dat suggereert dat de kennis van elkaars begrip gelijktijd ververst wordt tijdens communicatie.

Arjen Stolk onderzocht hoe ons brein rekening houdt met de vermeende kennis van onze gesprekspartner: dat wat we denken dat de ander weet. Naast woorden, zinnen en grammatica speelt ook die vermeende kennis een belangrijke rol in onze dagelijkse gesprekken.

Stolk liet proefpersonen in tweetallen een non-verbaal computerspel spelen waarin ze met elkaar communiceerden zonder een bestaande taal te gebruiken. De boodschappen in dat spel zijn dus sterk afhankelijk van de vermeende kennis van een gesprekspartner. Metingen van de hersenactiviteit lieten zien dat het brein die vermeende kennis constant gereed houdt en de informatie tegelijk ververst in dezelfde hersengebieden van communicerende mensen.

Bron: http://www.ru.nl/onderzoek/onderzoeksnieuws/@954601/nieuwe-taal/

Advertenties