'201404-Why' by Tsahi Levent-Levi
201404-Why‘ by Tsahi Levent-Levi

Waarom? Dat is een vraag die ik in mijn leven al ontelbare keren gesteld heb. Als onderzoeksassistente ben ik betrokken bij het ‘Vraag & Antwoord’ project van het Max Planck Instituut waarbij allerlei vragen over taal, gesteld door mensen die geen taalonderzoeker zijn, worden beantwoord. De onderzoekers die de vragen beantwoorden spreken vaak geen Nederlands, en schrijven het antwoord op de vraag dus in het Engels. Omdat we het graag mogelijk maken dat Nederlanders de antwoorden op hun vragen in hun moedertaal kunnen lezen, zet ik me geregeld in om de antwoorden te vertalen en daarmee toegankelijker te maken voor het Nederlandse publiek.

Zo trekken vele waarom-vragen aan mij voorbij. Waarom komt bij tweetalige patienten na een beroerte vaak maar één van de twee talen terug? Dit blijkt gerelateerd te zijn aan taalvaardigheid, maar ook aan emoties die geassocieerd worden met elke taal en het functioneren van het mechanisme dat verantwoordelijk is voor het selecteren en onderdrukken (dus het aan- of uitzetten) van een taal. De invloed van al deze individuele factoren en hun onderlinge interacties maken onderzoek naar taal en hersenen een complexe aangelegenheid.

Dat wordt ook duidelijk als we het antwoord lezen op de vraag waarom sommige mensen beter zijn in het leren spreken van talen dan andere mensen. Vinden we het antwoord in ons DNA? Kinderen hebben het unieke en zeer mysterieuze vermogen om zonder expliciete uitleg of instructie hun moedertaal te leren. Dit geldt helaas niet voor iedereen. Bij sommige mensen is het taalverwervingsproces verstoord. Problemen in het verwerven van de moedertaal kunnen bijvoorbeeld deel uitmaken van syndromen zoals autisme of kunnen het gevolg zijn van een ernstige gehoorstoornis. Andere kinderen hebben een specifieke taalstoornis (oftewel een ‘primaire taalontwikkelingsstoornis’). Zij hebben problemen met taal die niet te verklaren zijn uit andere omstandigheden (zoals laag IQ of doofheid). Vanwege de overduidelijke problemen in het functioneren die hieruit voortkomen, heeft het meeste genetische onderzoek naar taalvaardigheid zich gericht op de oorzaak van deze specifieke taalstoornissen. Hoewel er veel bekend is over de genetische varianten die tot taalproblemen leiden, is er weinig inzicht in de effecten die kunnen verklaren waarom sommige ‘gezonde’ mensen beter of slechter zijn in het leren of verwerven van taal. Om hier achter te komen, zouden we ons moeten richten op het andere uiterste van het spectrum: mensen met een enorme talenknobbel!

De vragen die ons gesteld worden via het ‘Vraag & Antwoord’ project houden ons als taalonderzoekers in contact met waar ons onderzoek zich op zou moeten richten en welke vragen over taal er spelen in de samenleving. Zo houden we de relatie tussen fundamenteel onderzoek en praktische toepasbaarheid in het oog. Heb je zelf nog een (waarom-)vraag over taal die maar blijft knagen? Stel hem dan hier!

Nadine de Rue is onderzoeksassistente in het Neurobiology of Language department van Peter Hagoort.

Advertenties