Al een half jaar verheugde ik me op de met rood omcirkelde week in mijn agenda. Ik was genomineerd, geëvalueerd en uiteindelijk geselecteerd om van 29 juni tot 4 juli deel te nemen aan de Lindau Nobel Laureate Meeting in Lindau, een eilandje in de Bodensee. Ik had zelf eerlijk gezegd ook geen idee van het bestaan van deze bijeenkomst, al was dit de 64e keer dat ie zou plaatsvinden. Maar het werd me al snel duidelijk dat het een groot feest zou worden.

'Lindau' by einsfuenfsechsvier
Lindau‘ by einsfuenfsechsvier

Op zondag mengden zich 40 Nobelprijswinnaars Geneeskunde/Fysiologie met 600 studenten uit de hele wereld. De organisatie was zo slim geweest om met gekleurde keycords te werken, zodat iedere student met een waardig boogje om de oude mannen met blauwe keycords heenliep (later in de week, toen we wat meer gewend waren aan hun aanwezigheid, was het juist een teken om direct op ze af te stappen). Maar we waren niet alleen nieuwsgierig naar de hooggeplaatste genieen, ook naar elkaar! De hele week waren gesprekken te horen als: ‘Hi, waar kom jij vandaan?’ ‘Ik kom uit Zambia, jij?’ ‘Nederland. En doe je een PhD?’ ‘Ja, ik onderzoek immunologische reacties tegen het (vul zelf maar in) virus’. ‘Ah, interessant, ik doe een PhD in cognitieve neurowetenschappen’. ‘Goh, vertel daar eens wat meer over? En wil je nog wat wijn?’ Ook de lezingen van de Nobelprijswinnaars (iedere ochtend acht van elk een half uur, allemaal hier te bekijken) waren zeer gevarieerd qua onderwerp: van crystallografie van membraaneiwitten, tot H. pylori (de bacterie die maagzweren veroorzaakt) en van aquaporinen en telomerase tot de ontdekking van HIV. Een weekje algemene wetenschappelijke ontwikkeling! Mijn tien jaar oude Geneeskundekennis kwam langzaam weer tot leven. Wat erg fascinerend was aan de lezingen, was dat ze vrijwel allemaal gingen over het vroegere of zelfs huidige onderzoek van de Nobelprijswinnaars. En dan niet in ‘elevator pitch’ stijl, maar tot in de kleinste details, soms tot het oninteressante en vooral onbegrijpelijke toe. Sommigen gaven een historische inleiding om te laten zien hoe hun ontdekking tot stand was gekomen, anderen doken gewoon direct de lastige materie in, inclusief een hausse aan afkortingen en wiskundige formules. Maar alle winnaars waren gewend aan het geven van presentaties aan een breed publiek: zelfs Arieh Warshel, die een lezing gaf waar ik al na vijf minuten het spoor bijster was, probeerde de boel op te leuken door de beweging van actinefilamenten te illustreren met ‘Gangnam Style’ keihard over de speakers.

IMG_20140701_171750
Jolien vereeuwigd met Torsten Wiesel

’s Middags kregen we de gelegenheid om in kleinere groepen in discussie te gaan met de Nobelprijswinnaars. Dit was heel bijzonder: zo vroeg ik Torstel Wiesel (Nobelprijs voor het ontdekken van hoe de visuele cortex werkt) of hij en zijn co-winnaar David Hubel wel eens een hypothese hadden die níet bleek te kloppen. ‘Een hypothese? We hadden geen hypothesen, we probeerden gewoon wat!’ was zijn antwoord. Dat was kenmerkend voor de tijd waarin deze onderzoekers hun werk deden: ze hoefden zich vaak geen zorgen te maken over beursaanvragen, het naderende einde van hun contract, voldoende high impact publicaties of moordende concurrentie. Het leek alsof ze gewoon lekker mochten spelen met hun zelfgebouwde instrumenten en apparatuur. Ook valorisatie of Topsectoren bestonden nog niet: wetenschappers mochten onderzoeken wat ze wilden, ook als ze geen idee hadden wat de toepassing, het maatschappelijk nut of de technologische waarde van hun werk zou kunnen zijn (bekijk hier een filmpje dat precies dit aan de kaak stelt). De laatste lezing (kijk ‘em hier!) was de allermooiste: die van Oliver Smithies, een Engelse opa die vertelde als Roald Dahl. Hij kreeg een staande ovatie en we wilden allemaal met hem op de foto. Hij nam ons mee op zijn ontdekkingstocht die al zijn hele leven duurde en eindigde met een levensles die tot dan toe wel impliciet aanwezig was, maar nog niet eerder met zoveel overtuiging was geuit: ‘doe het, omdat je wetenschap het leukste vindt wat er is!’ Jolien Francken is promovenda in het Neurobiology of Language department van Peter Hagoort. Lees het liveverslag van haar belevenissen in Lindau op haar Twitteraccount.

Advertenties