Zeggen waar het op staat, we doen het zelden. Met veel dingen die we in het dagelijks leven zeggen, bedoelen we eigenlijk stiekem iets anders, of iets meer. Stel je voor dat je nieuwe collega voor het eerst bij je op bezoek komt en zegt: ‘Poeh, het is hier erg warm.’ Waarschijnlijk begrijp je dat hij graag wil dat je het raam openzet, hij durft het alleen niet direct te vragen. Kortom, hij verzoekt je om het raam open te doen, maar op een indirecte manier. In de meeste gevallen hebben we ontzettend snel door dat er iets meer wordt bedoeld met zo’n zin dan dat er letterlijk wordt gezegd. Hoe doen we dat eigenlijk?

In het dagelijks leven krijg je als luisteraar naast de taal zelf ook nog andere informatie om erachter te komen wat iemand eigenlijk bedoelt met zijn zin. We hebben bijvoorbeeld informatie over de spreker. Deze informatie gebruiken we tijdens het verwerken van taal. Daarom is het moeilijker om een ironische opmerking te verwerken wanneer die opmerking is gemaakt door een spreker die doorgaans niet veel ironie gebruikt (bijvoorbeeld een priester). Als dezelfde opmerking wordt gemaakt door iemand die veel ironische uitspraken doet, heb je veel sneller door dat de uitspraak ironisch bedoeld is. Zou dit ook zo zijn met indirecte verzoeken? Als je gewend bent van je collega dat hij een beetje verlegen is en niet zo snel dingen direct vraagt, dan is het misschien makkelijker om zijn indirecte verzoek te herkennen.

'bajo fondo de ojo' by juannomore
bajo fondo de ojo‘ by juannomore

Om te kijken hoe mensen indirecte boodschappen herkennen, maken we gebruik van pupillometrie: het meten van de pupilgrootte. Je pupil wordt groter als je een moeilijke zin moet verwerken ten opzichte van een makkelijke zin. De grootte van je pupil kan dus aangeven hoeveel inspanning je moet leveren om een zin te begrijpen. Ik onderzoek nu of het ook zo is dat je pupil groter wordt wanneer je een indirecte boodschap verwerkt in vergelijking met een directe. Ook ga ik onderzoeken of we dit verschil kleiner kunnen maken door mensen meer informatie te geven, bijvoorbeeld over de spreker.

Tot slot wil ik graag nog weten of er individuele verschillen zijn in het begrijpen van indirecte boodschappen in taal. Is het zo dat sommige mensen beter zijn in het herkennen van indirecte verzoeken dan anderen? En als dat zo is, speelt bijvoorbeeld empathie hier een rol bij? Of misschien leeftijd?

Johanne Tromp is promovenda in het Neurobiology of Language department van Peter Hagoort en het Psychology of Language department van Antje Meyer

Advertenties