De meeste experimenten die wij doen om te bestuderen hoe mensen taal verwerken of produceren, lijken in de verste verte niet op hoe mensen taal gebruiken in het echte leven. Dat is niet voor niets: om betrouwbare resultaten te krijgen moeten we volledige controle hebben over wat proefpersonen in een experiment zeggen, zien en horen.

Maar wat nu als je op een wetenschappelijke manier een conversatie wilt bestuderen, zoals ik? Je kunt niet zomaar tegen twee mensen zeggen: “Ga maar eens lekker met elkaar praten”. Gelukkig is er een manier waarop we proefpersonen tegen elkaar kunnen laten praten, maar waarin we óók kunnen controleren wat die proefpersonen dan tegen elkaar zeggen. We laten ze namelijk plaatjes beschrijven.

Wij bepalen wie welk plaatje beschrijft, en ook hoe ze die plaatjes moeten beschrijven. Het plaatje hiernaast, bijvoorbeeld (een man die een vrouw kust) kan op twee manieren worden beschreven: ‘de man kust de vrouw‘ of ‘de vrouw wordt door de man gekust‘. Wij onderzoeken wat de keuze voor een een bepaalde grammaticale structuur beïnvloed; komt dat bijvoorbeeld door de structuur die jouw gesprekspartner net heeft gebruikt?

Eerder onderzoek heeft al laten zien dat sprekers elkaar inderdaad op die manier beïnvloeden. Als jij dit plaatje bijvoorbeeld beschrijft met ‘de vrouw wordt door de man gekust‘, dan is er een verhoogde kans dat ik het volgende plaatje beschrijf met ‘de jongen wordt door het meisje geknuffeld‘. In een nieuw onderzoek hebben wij laten zien dat hoe groot de kans is dat ik jouw structuren herhaal, bepaald wordt door hoevaak jij mijn structuren herhaalt. Sprekers passen zich dus ook op dat niveau aan elkaar aan.

Door proefpersonen plaatjes aan elkaar te laten beschrijven hebben we dus een gecontroleerde conversatie gecreeerd, waarin we kunnen onderzoeken hoe sprekers elkaar beinvloeden op specifieke aspecten van hun taalproductie.

Lotte Schoot is promovenda in het Neurobiology of Language department van Peter Hagoort

Advertenties