Het dagelijks leven van een cognitieve neurowetenschapper bestaat uit experimenten verzinnen, experimenten uitvoeren, data analyseren en met anderen praten over de resultaten van die experimenten. Iedereen heeft z’n eigen experiment en zijn eigen mini-vakgebiedje (bekijk hier een mooie illustratie van specialisatie in de wetenschap). Eén keer per jaar gaan we daarom met z’n allen een paar dagen weg, zodat we – letterlijk – van een afstandje kunnen kijken naar ons werk. Wat zijn eigenlijk de grote vragen die we onderzoeken? Wie zouden er goed kunnen samenwerken? Hoe zorgen we ervoor dat ons instituut een voorloper blijft op het gebied van taalonderzoek?

181_8139Een bus met 23 taalwetenschappers vertrok op 31 maart op wetenschaps ‘schoolreisje’ van Nijmegen naar Münster. Hoogleraren, post-docs en promovendi van de vier verschillende onderzoeksgroepen van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek gingen zich drie dagen buigen over de vraag: hoe kunnen wij binnen ons instituut nog meer interdisciplinair werken?

De gedachte hierachter is dat op het MPI zowel onderzoek gedaan wordt naar taal in verschillende culturen, naar de mechanismen van taalproductie, het begrijpen van taal en het leren van taal, naar de onderliggende neurale mechanismen die dit allemaal mogelijk maken (het Neurobiology of Language Department van Peter Hagoort), en ten slotte naar de genetica en evolutie van taal. Op dit moment zijn er wel samenwerkingsverbanden tussen de verschillende onderzoeksgroepen, maar nog niet heel veel. En er wordt door verschillende onderzoekers gekeken naar dezelfde vragen, maar ieder vanuit hun eigen perspectief – niet echt interdisciplinair dus. Tijdens deze drie dagen wilden we proberen te bedenken hoe we dit in de toekomst kunnen verbeteren.

Wat hebben we allemaal gedaan tijdens de drie dagen? We discussieerden in kleine groepjes, maar ook met z’n allen. We aten Duitse haute quisine in de zon, en maakten een fietstocht (wat voor sommige onderzoekers uit het buitenland nog een behoorlijke opgave was). En we pasten onze ideeën over interdisciplinair onderzoek toe op enkele vragen.

Een voorbeeld. Stel, je wilt onderzoek doen naar lettergrepen. Je kunt dit onderwerp op heel veel manieren benaderen. Bestaan er in iedere taal op de wereld lettergrepen? Wat hebben lettergrepen voor functie? In de hersenen is bepaalde ritmische activiteit van belang voor bepaalde processen, speelt dit ook een rol bij het begrijpen en produceren van lettergrepen? Zo ja, hebben alle lettergrepen, in alle talen, dan ongeveer dezelfde lengte (tijdsduur)? Door al deze vragen te stellen, kun je met elkaar tot een beter begrip komen dan wanneer iedereen binnen zijn eigen vakgebied zou blijven.

’s Avonds deden we wetenschappelijke spelletjes en verzonnen we manieren om onze experimenten te delen en te laten zien aan een breder publiek. Tijdens de terugreis in de bus viel iedereen in slaap, of las een boek – taalwetenschappers zijn uiteindelijk gewoon iets te slimme taalliefhebbers. Jammergenoeg verstopten we ons niet onder de stoelen toen we aankwamen.

Jolien Francken is promovenda in het Neurobiology of Language department van Peter Hagoort

 

 

Advertenties