'hello tree' by Amanda Ho
hello tree‘ by Amanda Ho

Heb jij er moeite mee om een nieuwe taal te leren? Of gaat het je erg gemakkelijk af? Het is duidelijk dat sommige mensen beter zijn in vreemde talen dan anderen. Dat merk je niet alleen als je zelf een nieuwe taal wilt leren, maar ook als je anderstaligen Nederlands hoort spreken: de één kan het behoorlijk goed, de ander spreekt met een sterk buitenlands accent.

Een interessante vraag is hoe het komt dat mensen hierin verschillen. Allerlei factoren kunnen hierbij een rol spelen: motivatie, inspanning, omgeving, leeftijd, enzovoort. In mijn onderzoek probeer ik uit te zoeken wat voor factoren ervoor zorgen dat de één een vreemde taal gemakkelijker leert spreken dan de ander.

Recent hersenonderzoek heeft getoond dat twee mechanismen een belangrijke rol spelen bij spraakproductie: voorspelling en feedback. Als we bepaalde spraakklanken willen produceren, voorspellen we namelijk meteen al hoe die klanken zouden moeten klinken. Deze voorspelling kunnen we achteraf dan vergelijken met hoe onze eigen spraak werkelijk klonk (de feedback). Als de twee overeenkomen, is er natuurlijk geen probleem. Als ze niet overeenkomen, hebben we waarschijnlijk een foutje gemaakt en kunnen we onszelf corrigeren. Deze mechanismen zorgen ervoor dat we telkens snel onze eigen uitspraak kunnen controleren en indien nodig verbeteren.

Diezelfde mechanismen kunnen we natuurlijk ook gebruiken als we klanken in een andere taal leren uitspreken. Vreemde talen hebben vaak spraakklanken die in het Nederlands niet voorkomen, denk maar aan de ‘th’ in het Engelse “three” of Franse nasale klinkers als in “sans”. Met name als we zulke spraakklanken produceren waaraan we niet gewend zijn, is de kans op fouten groter. Een mechanisme met voorspelling en feedback is dan handig om snel fouten op te sporen en te corrigeren. Mijn onderzoek gaat over de vraag hoe dit mechanisme of aspecten van dit mechanisme ervoor zorgen dat sommige mensen beter zijn in het leren van nieuwe klanken dan anderen.

Met behulp van electro-encefalografie (EEG) en magneto-encefalografie (MEG), meten we bij mensen elektrische en magnetische hersenactiviteit tijdens het spreken en luisteren naar gesproken taal. Zo hopen we meer te weten te komen over hoe mensen van elkaar verschillen en hoe die verschillen leiden tot een verschil in “taaltalent”.

Matthias Franken is promovendus in het Neurobiology of Language department van Peter Hagoort

Advertenties