Zoals al eerder was te lezen op hettaligebrein.nl, is het Max Planck Instituut voor Psycholinguistiek een nieuw project begonnen: een database met alledaagse vragen over taal. De vraag van deze week is: wat is lichaamstaal? Lees hieronder het antwoord. Meer vragen en antwoorden vind je hier.

lichOns lichaam communiceert voortdurend op verschillende manieren. Eén vorm van lichamelijke communicatie is de zogeten lichaamstaal. Tijdens sociale interacties toont ons lichaam houdingen en emoties en deze worden beïnvloed door de dynamiek van de interactie zelf, de relatie van de personen in kwestie en door iemands persoonlijkheid (zie ook antwoord op de vraag “Wat is lichaamstaal?”). Deze boodschappen van het lichaam worden doorgaans onbewust uitgezonden. Het ontwikkelen van een universeel communicatiemiddel dat geschikt zou zijn voor het uiten van lichaamstaal zou om die reden erg moeilijk zijn. Echter, binnen een cultuur blijken er veel overeenkomsten te bestaan in de manier waarop mensen houdingen en emoties via hun lichaam uiten.

Een andere vorm van lichamelijke communicatie bestaat uit de gebaren die tijdens het spreken spontaan worden gemaakt. Dit zijn bijvoorbeeld bewegingen van de handen, armen en soms andere lichaamsdelen. Een belangrijke eigenschap van dit soort gebaren is dat zij vaak nauw verbonden zijn aan de betekenis van datgene wat tegelijkertijd via de spraak gecommuniceerd wordt. Dit is in tegenstelling tot het type signalen waar lichaamstaal uit bestaat. Omdat spraak en gebaren zo nauw met elkaar verweven zijn, is het lastig om de gebaren die simultaan met spraak  gemaakt worden volledig te begrijpen in de afwezigheid van spraak. Deze gebaren bieden dus weinig hulp wanneer gesprekspartners niet dezelfde taal spreken. Bovendien worden gebaren die simultaan met spraak gemaakt worden, gevormd door de cultuur waarin zij voorkomen (derhalve verschillen deze gebaren tot op zekere hoogte per cultuur). Sterker nog, zelfs binnen een cultuur bestaat er geen standaardvorm die toepasbaar is op deze gebaren; het zijn iemands persoonlijke creaties op het moment van spreken. Hoewel er dus overlap bestaat in de manier waarop verschillende mensen gebaren gebruiken om betekenis mee uit te beelden, bestaan er ook aanzienlijke verschillen. Mede vanwege zulke individuele verschillen zijn deze gebaren niet geschikt voor een non-verbale universele code die gebruikt zou kunnen worden wanneer gesprekspartners niet dezelfde taal delen.

In afwezigheid van een gemeenschappelijke taal grijpen mensen vaak terug op pantomime-gebaren wanneer zij met elkaar proberen te communiceren. Deze gebaren zijn zeer iconisch of beeldend van aard (zoals sommige iconische gebaren met spraak samengaan ook zijn). Dit soort gebaren lijkt qua vorm dus erg op de dingen in de wereld om ons heen. Zelfs wanneer deze gebaren tijdens spraak gebruikt worden zijn ze bedoeld om begrijpelijk te zijn zonder spraak. In de afwezigheid van gesproken taal zijn deze gebaren derhalve veel informatiever dan de spontane gebaren die tegelijkertijd met spraak gemaakt worden. Zolang twee mensen kennis over de wereld om zich heen delen, bijvoorbeeld over handelingen, objecten of ruimtelijke relaties, zijn deze gebaren communicatief, zelfs wanneer mensen niet dezelfde taal spreken.

Een belangrijk onderscheid dient gemaakt te worden tussen deze pantomimen, die informatie kunnen communiceren in de afwezigheid van spraak, en gebarentaal. In tegenstelling tot pantomimen zijn gebarentalen van dove gemeenschappen volwaardige talen, die bestaan uit (hand)bewegingen met conventionele betekenissen, en uit componenten vergelijkbaar met de componenten waaruit een gesproken taal bestaat. Er bestaat geen universele gebaren taal: verschillende gemeenschappen hebben verschillende gebarentalen (bijvoorbeeld Nederlandse, Duitse, Britse, Franse of Turkse gebarentaal).

Bron: http://www.mpi.nl/q-a/vragen-en-antwoorden

Advertenties