Beschrijft iets schuddends. Trillends. Ook gebruikt om iemands lichaam te beschrijven dat rilt van de kou of angst. Picture taken from Gomi 1989 ‘An illustrated dictionary of Japanese onomatopoeic expressions’

De klanken die we gebruiken om te spreken hebben zelf eigenlijk niet echt een betekenis. Als je het woord kat hoort, dan begrijp je wat het betekent omdat je hebt geleerd dat betekenisloze losse klanken kat betekenen wanneer ze in een specifieke volgorde een woord vormen. Het is niet zo dat ‘k’ ‘zacht’, ‘a’ ‘vier poten’ en ‘t’ krabt soms aan de meubels’ betekent. De klank van het woord kat staat los van datgene waar het naar verwijst – het is toevallig zo dat de combinatie van k, a, en t in het Nederlands kat betekent. Andere talen verwijzen met hele andere klanken naar hetzelfde concept: neko in het Japans, koshka in het Russisch, billi in het Hindi. Het idee dat de individuele klanken die een woord vormen losstaan van de betekenis van het woord heet in de linguïstiek arbitrairheid.

Dat het verband tussen vorm en betekenis arbitrair is, klinkt logisch: als de klanken van een taal een specifieke betekenis zouden hebben, als de klanken van woorden gerelateerd zouden zijn aan datgene waarnaar ze verwijzen, dan zouden alle talen ongeveer hetzelfde klinken. Aangezien dat duidelijk niet het geval is (bijvoorbeeld, het Hawaiaans heeft slechts acht medeklinkers, het Georgiaans heeft er 28 en !Xóõ, een taal gesproken in Botswana, heeft er minstens 58), kunnen we met zekerheid zeggen dat er weinig tot geen relatie bestaat tussen klank en betekenis.

Sinds een paar jaar zijn onderzoekers deze aanname echter gaan onderzoeken. Een aantal talen gebruikt geluidssymbolische woorden genaamd ideofonen, die gebruikt worden voor zintuiglijke beeldspraak . Het interessante is dat deze woorden wél een direct verband lijken te hebben met hun betekenis (oftewel, de klanken van het woord staan symbool voor hun betekenis). Nóg interessanter is dat er iets universeels aan deze woorden is – menig experiment heeft al laten zien dat mensen die deze talen niet spreken, de betekenis wel begrijpen (of kunnen raden).

Geloof je het niet? Je kunt nu zelf de proef op de som nemen. Kijk eens of je de betekenis van deze Japanse ideofonen kunt raden (de antwoorden staan aan het eind van dit artikel):

  1. Nurunuru – droog of slijmerig?
  2. Pikapika – licht of donker?
  3. Wakuwaku – opgewekt of verveeld?
  4. Iraira – blij of boos?
  5. Guzuguzu – beweegt snel of beweegt langzaam?
  6. Kurukuru – draait rondjes of beweegt omhoog en omlaag?
  7. Kosokoso – loopt zachtjes of loopt luidruchtig?
  8. Gochagocha – opgeruimd of rommelig?
  9. Garagara – druk bezocht of rustig?
  10. Tsurutsuru – glad of ruw?

Heb je de test beter gemaakt dan je had verwacht? In tegenstelling tot het woord kat lijkt het alsof de individuele klanken in deze woorden daadwerkelijk bijdragen aan de betekenis van de woorden. Dit hee tklanksymboliek.  Klanksymboliek is het tegenovergestelde van ‘arbitrairheid’, maar de twee kunnen perfect naast elkaar in een taal voorkomen. Een spreker van een taal met klanksymbolische ideofonen, zoals het Japans, zegt dat de ideofonen een zeer levendig plaatje of gevoel in haar oproept, terwijl ‘normale’ woorden dat niet doen. Als een Japanse het woord kirakira hoort (wat ‘glinstert’ betekent) dan lijkt het alsof zij het ding dat glinstert daadwerkelijk kan zien.

Hoeklanksymboliek werkt, is nog niet helemaal duidelijk en er zijn nog niet veel neurowetenschappelijke studies naar gedaan. Uit het onderzoek tot nu toe komt naar voren dat deze combinatie van het horen van een klanksymbool en het waarnemen van de bijbehorende eigenschap lijkt op wat er gebeurt bij synesthesie (bijvoorbeeld, sommige mensen met synesthesie associëren letters met kleuren). Op het MPI onderzoek ik hoe het komt dat sommige klanken gerelateerd lijken te zijn aan bepaalde betekenissen en hoe de hersenen deze klanken verwerken.

Gwilym Lockwood is promovendus in het Neurobiology of Language Department van Peter Hagoort

 

Antwoorden:

  1. nurunuru – slijmerig
  2. Pikapika – licht
  3. Wakuwaku – opgewekt
  4. Iraira –boos
  5. Guzuguzu –beweegt langzaam
  6. Kurukuru – draait rondjes
  7. Kosokoso – loopt zachtjes
  8. Gochagocha – rommelig
  9. Garagara –rustig
  10. Tsurutsuru – glad

Text in English:

Sound symbolism in language

The sounds we use to speak don’t really mean anything on their own. When you hear the word kat, you understand it because you have learned that meaningless individual sounds mean kat when arranged in a specific order into a word – it’s not like K means “fluffy”, A means “four legs”, and T means “scratches the furniture sometimes”. The sound of the word kat is unrelated to the thing it means – it just so happens that the combination of k, a, and t in Dutch means kat. The same concept in other languages is expressed with very different sounds; neko in Japanese, koshka in Russian, billi in Hindi. The idea that the individual sounds which make up words are unrelated to the meaning of the word that those sounds express is called arbitrariness in linguistics.

Arbitrariness seems to make sense; if the sounds of language did have specific meanings, if the sounds of words were related to the things they mean, then surely all languages would sound quite similar. Given that they rather obviously do not (for example, Hawaiian has only eight consonants, while Georgian has 28, and !Xóõ, spoken in Botswana, has at least 58), it is safe to say that there is little or no relation between sound and meaning.

However, researchers have recently started to investigate this assumption. Several languages around the world use sound symbolic words called ideophones, which are used to talk about sensory imagery. Interestingly, these words seem to be directly related to their meaning (i.e. the sounds of the words are symbolic of their meaning), and even more interestingly, there seems to be something universal about these words – several experiments have shown that people who don’t speak these languages can still understand (or accurately guess) the meanings of ideophones.

We can try that out now. See if you can guess the meanings of these Japanese ideophones (answers at the end of the article):

1. nurunuru – dry or slimy?

2. pikapika – bright or dark?

3. wakuwaku – excited or bored?

4. iraira – happy or angry?

5. guzuguzu – moving quickly or moving slowly?

6. kurukuru – spinning around or moving up and down?

7. kosokoso – walking quietly or walking loudly?

8. gochagocha – tidy or messy?

9. garagara – crowded or empty?

10. tsurutsuru – smooth or rough?

Did you guess the meanings of these words better than you would expect? Unlike the word kat, it seems that the individual sounds in these words actually do contribute to the meaning of the words, and this is called sound symbolism. Sound symbolism is the opposite of arbitrariness, but the two can coexist perfectly happily within language. Speakers of languages with sound symbolic ideophones, such as Japanese, often talk about how the ideophones create a very vivid image or feeling in their minds, whereas normal words don’t. When a Japanese person hears the word kirakira, meaning sparkly, it is like they can actually see the thing that is sparkly. How sound symbolism works, however, is not quite clear, and there have not yet been many neuroscience studies on it, but the research so far suggests that hearing sound symbolic words might involve other forms of sensory perception in a similar way to how people with synaesthesia associate colours to letters. My research at MPI is to investigate why certain sounds appear to be related to certain meanings across languages and how the brain processes these sounds.

Answers:

1. nurunuru – slimy

2. pikapika – bright

3. wakuwaku – excited

4. iraira – angry

5. guzuguzu – moving slowly

6. kurukuru – spinning around

7. kosokoso – walking quietly

8. gochagocha – messy

9. garagara – empty

10. tsurutsuru – smooth

Advertenties