Zoals al eerder was te lezen op hettaligebrein.nl, is het Max Planck Instituut voor Psycholinguistiek een nieuw project begonnen: een database met alledaagse vragen over taal. De vraag van deze week is: is er een snelle methode om mijn Engelse vocabulaire uit te breiden?? Lees hieronder het antwoord. Meer vragen en antwoorden vind je hier.

Taal lijkt uniek te zijn in de wereld, een typisch kenmerk van de mens. Hoewel sommige diersoorten ook complexe communicatiesystemen hebben, kunnen zelfs de primaten die het meest verwant zijn aan de mens niet praten, onder andere omdat ze geen vrijwillige controle hebben over hun vocalisaties. Maar taal hoeft niet gesproken te zijn: na jaren van intensieve training kunnen sommige chimpansees en bonobo’s wel simpele gebarentaal leren. Toch komen de vaardigheden van deze uitzonderingen niet eens in de buurt van een menselijke peuter, die spontaan gebruik maakt van de generatieve kracht van taal om ideeën uit te drukken over het hier en nu, maar ook over het verleden en de toekomst.

image_previewHet is zeker dat genen een belangrijke rol spelen in de oplossing van dit raadsel. Toch is er niet zoiets als een ‘taal-gen’ in de zin dat er een specifiek gen zou zijn met de taak om mensen van deze unieke vaardigheid te voorzien. Genen specificeren namelijk geen cognitieve of gedragsmatige output; ze bevatten informatie voor het maken van proteïnen die functies uitvoeren binnenin lichaamscellen. Sommige van die proteïnen hebben belangrijke effecten op hersencellen. Ze beïnvloeden bijvoorbeeld hoe deze cellen zich delen, hoe ze groeien en hoe ze verbindingen maken met andere hersencellen, die bepalen hoe het brein functioneert. Het is daarom mogelijk dat evolutionaire veranderingen in bepaalde genen invloed hebben gehad op verschillende verbindingen in het brein, wat er dan weer voor heeft gezorgd dat mensen konden gaan praten. Dit is niet het resultaat van veranderingen in een bepaald gen, maar van veranderingen in meerdere genen, en er is geen reden om aan te nemen dat welk gen dan ook ‘opeens’ in onze soort is ontstaan.

Er is overtuigend bewijs dat het menselijk taalvermogen is ontstaan door aanpassingen van genetische paden die evolutionair gezien veel verder terug gaan. Een overtuigend argument komt van studies naar het gen FOXP2 (een gen dat in de media vaak -foutief- is gepresenteerd als het mythische ‘taal-gen’). Het is waar dat FOXP2 relevant is voor het taalvermogen – de rol van dit gen is ontdekt doordat er zeldzame mutaties zijn van dit gen die ernstige taal- en spraakproblemen veroorzaken. Maar FOXP2 is niet uniek voor mensen: opmerkelijk gelijkaardige varianten van dit gen zijn gevonden in gewervelde soorten (primaten, knaagdieren, vogels, reptielen en vissen) en het lijkt actief te zijn in dezelfde hersengebieden in deze dieren als in mensen. Zangvolgens hebben bijvoorbeeld hun eigen versie van FOXP2: dit gen helpt de volgels om te leren zingen. Diepgaande studies over varianten van FOXP2 in verschillende soorten laten zien dat het een rol speelt in hoe hercencellen zich met elkaar verbinden. Alhoewel het gen al miljoenen jaren bestaat zonder veel te veranderen, zijn er toch tenminste twee kleine, maar interessante veranderingen op te merken met betrekking tot de evolutie van dit gen. Die veranderingen zijn pas gebeurd nadat de mensensoort is afgesplitst van de chimpansees en de bonobo’s. Wetenschappers onderzoeken die veranderingen nu en proberen uit te vinden wat de invloed van die veranderingen is op onze hersennetwerken – dit zou een stukje van de puzzel over het ontstaan van taal kunnen oplossen.

Bron: http://www.mpi.nl/q-a/vragen-en-antwoorden

 

 

 

Advertenties