Heb je je wel eens afgevraagd of een hoge toon zich daadwerkelijk ergens hoog in de ruimte bevindt? Veel talen gebruiken ruimtelijke metaforen als ze over tonen praten. In het Nederlands gebruiken we bijvoorbeeld hoog en laag om toonhoogte te beschrijven en spreken we van een stijgende of dalende melodie. De hoogte metafoor is niet de enige metafoor die gebruikt wordt. In talen zoals Farsi of Turks hebben mensen het over een toon die dik (laag) of dun (hoog) is. Hun metafoor is dus toondikte, in plaats van toonhoogte!

Uit onderzoek blijkt dat mensen die verschillende metaforen gebruiken voor tonen in hun taal ook verschillend denken over tonen. Nederlanders denken daadwerkelijk in termen van hoogte (hoog-laag) over tonen, terwijl mensen die Farsi spreken denken in termen van dikte (dik-dun). De taal die we spreken kan de associaties die we maken tussen tonen en ruimte beïnvloeden. Echter, is het ook echt onze taal die in de eerste plaats de associaties tussen ruimte en tonen creëert? En hoe kunnen we dit onderzoeken?

'Bumberbaby' by  Dave Lichterman
‘Bumberbaby’ by Dave Lichterman

Een mogelijkheid is om te kijken naar hele jonge kinderen die nog geen taal spreken. We hebben daarom een experiment gedaan in het Baby Research Center in Nijmegen met vier maanden oude Nederlandse baby’s. Een groep baby’s keek naar ballen die op en neer stuiterden op een groot scherm. Tegelijkertijd hoorden ze een toon die soms overeenkwam met de beweging van de bal (een toon omhoog of omlaag wanneer de bal respectievelijk omhoog en omlaag bewoog) of een toon die niet overeenkwam met de beweging van de bal (een toon omhoog als de bal omlaag ging en vice versa). Uit de resultaten bleek dat baby’s langer naar de bal  kijken wanneer de richting van beweging van de bal en de toon overeenkomt.

We testten ook een andere groep baby’s waarbij we niet de associatie met toonhoogte, maar met toondikte wilden onderzoeken. Het bleek dat baby’s ook langer kijken naar een zich verbredende buis wanneer ze een toon omlaag hoorden, dan wanneer ze een toon omhoog hoorden.

Hieruit blijkt dat we al in een zeer vroeg stadium in de ontwikkeling (de babytijd) associaties tussen ruimte (hoogte, dikte) en tonen hebben, zelfs voordat we een taal leren.

Sarah Dolscheid is promovenda in het Neurobiology of Language department van Peter Hagoort. Ze promoveert op 22 oktober 2013 op haar proefschrift getiteld ‘The role of language in space-pitch associations’. De publicatie waarin je de details van Sarahs onderzoek kunt lezen: Dolscheid, S., Hunnius, S., Casasanto, D., & Majid, A. (2012). The sound of thickness: Prelinguistic infants’ associations of space and pitch. In N. Miyake, D. Peebles, & R. P. Cooper (Eds.), CogSci 2012: Proceedings of the 34th Annual Meeting of the Cognitive Science Society (pp. 306-311). Austin, TX: Cognitive Science Society.

Advertenties