Hoe begrijpen we elkaar? Dit is een eeuwenoude vraag die door vele wetenschappelijke  vakgebieden onderzocht is, zoals bijvoorbeeld de taalwetenschappen en de neurowetenschappen. We weten inmiddels al hoe het brein de verschillende aspecten van taalbegrip ondersteunt. Denk bijvoorbeeld aan hoe we de klanken die we horen kunnen koppelen aan de kennis over woordbetekenis die opgeslagen ligt in ons geheugen, of aan welke gebieden in het brein betrokken zijn bij het identificeren van ‘ungrammatical expressions’ – uitdrukkingen die grammaticaal incorrect zijn. Echter, als je goed luistert naar hoe mensen communiceren realiseer je je al snel dat het begrijpen van taal veel meer is dan alleen het identificeren van de woordbetekenis en het bouwen van grammaticale structuren.

'death by presentation' by  Frits Ahlefeldt-Laurvig
‘death by presentation’ by Frits Ahlefeldt-Laurvig

In ons dagelijks leven zit de taal die we gebruiken vol met metaforen, grapjes, sarcasme, hints en toespelingen. We gebruiken taal niet alleen om de droge informatie over te brengen, maar ook om onze meningen over de dingen waarover we praten duidelijk te maken, en om onze persoonlijkheid te tonen. Dit is een onderdeel van taalbegrip waarover we nog niet zo veel  weten. En we weten al helemaal niet hoe dat precies in ons brein gebeurt. Mijn onderzoek richt zich op het verschil tussen de letterlijke betekenis van zinnen en wat een spreker bedoelt met de zin. Anders gezegd, dat wat de spreker eigenlijk over wil brengen met zijn of haar woorden in een specifieke situatie. Er is namelijk vaak een groot verschil tussen wat een zin letterlijk betekent en wat een spreker bedoelt, bijvoorbeeld wanneer iemand iets ironisch of indirect zegt.

Een voorbeeld maakt dit duidelijker. Stel, een klasgenoot vraagt je wat je van zijn presentatie vond. Je vond de presentatie niet zo denderend, maar dat is niet aardig om te zeggen. Daarom antwoord je: ‘Het is moeilijk om een goede presentatie te geven’. Deze zelfde zin kun je ook in een andere context gebruiken, waar het niet die indirecte betekenis heeft. Bijvoorbeeld, als iemand vraagt of het makkelijk of moeilijk is om op een wetenschappelijk congres een presentatie te geven, kun je weer antwoorden: ‘Het is moeilijk om een goede presentatie te geven’. Maar in dit geval heb je niet de intentie een indirecte boodschap over te brengen.

Tot nu toe heb ik onderzocht wat er in het brein gebeurt bij indirecte antwoorden. Hierbij heb ik niet alleen gekeken wat er gebeurt als je als toeschouwer passief meeluistert met een gesprek, maar ook wat er gebeurt als de indirecte antwoorden op de luisteraar gericht zijn, met alle sociale implicaties die daarbij een rol spelen. Op het moment probeer ik meer inzicht te krijgen in hoe het brein omgaat met indirectheid  wanneer deze overgebracht wordt met spraak of met een handgebaar.

Jana Bašnáková is promovenda in het Neurobiology of Language department van Peter Hagoort. De publicatie waarin je de details van Jana’s onderzoek kunt lezen: Bašnáková, J., Weber, K., Petersson, K.M., van Berkum, J. & Hagoort, P. (2013). Beyond the language given: The neural correlates of inferring speaker meaning. Cerebral Cortex 23 (6)

Advertenties