We worden geboren met tien vingers en tien tenen. Dit wordt al voor onze geboorte bepaald door onze genen. Op dezelfde manier zijn er genen die coderen voor vele andere specifieke fysieke kenmerken die ons onderscheiden van andere diersoorten. Maar hoe zit het met ons taalvermogen?

Taal is niet iets waar we mee geboren worden, maar wat we moeten leren als kind. Taal is een van de meest fascinerende menselijke vermogens. We kunnen praten over het verleden, heden en de toekomst. We kunnen grappen maken en complexe informatie over bijvoorbeeld wetenschap of economie met elkaar delen. Niet alleen is geen enkel ander dier in staat taal te gebruiken zoals wij, ook kennen we vele verschillende manieren van taalgebruik. Denk bijvoorbeeld aan de variëteit aan talen die we kennen.

Hoewel taal aangeleerd is, bezitten alle mensen dit vermogen – het zal dus toch een bepaalde genetische basis hebben. In ons onderzoek kijken we naar de hersenen om beter te begrijpen wat voor rol onze genen spelen in de ontwikkeling van ons taalvermogen.

Wanneer je een zin leest (zoals deze zin), moet je de woorden die je leest combineren tot een betekenisvol geheel. Dit proces heet ‘unificatie’ (vereniging) en is een van de belangrijkste aspecten die ten grondslag liggen aan het taalvermogen van de mens. Het unificatieproces is de focus van ‘The Mother Of all Unification Studies’, afgekort MOUS, een groot onderzoeksproject. In dit project vragen we ons af hoe de hersenprocessen werken waarmee we woorden kunnen combineren tot een betekenisvol geheel. Ook kijken we naar de genetische basis van unificatie.

'Eukaryote DNA' from Wikimedia Commons
‘Eukaryote DNA’ from Wikimedia Commons

Genen kunnen de werking van de hersenen op vele manieren aansturen, bijvoorbeeld door te beïnvloeden hoe hersencellen groeien of door de chemische balans van het brein te bepalen. In beide voorbeelden zal de invloed van genen het functioneren van het brein veranderen. In het MOUS project kijken we naar hersenfunctie tijdens het verwerken van zinnen. We kijken naar de activiteit in het brein gerelateerd aan unificatie en vragen ons af waar en wanneer deze activiteit plaatsvindt.

Wat dit project uniek maakt, is dat verschillende technieken gebruikt worden om het brein in beeld te brengen. Deze informatie kan vervolgens gekoppeld worden aan genetische gegevens. En dit alles doen we op grotere schaal dan ooit tevoren. Onze onderzoeksgroep in Nijmegen combineert de nieuwste technieken met kennis die nergens anders ter wereld beschikbaar is. Ook een soort unificatie!

Annika Hulten en Julia Udden zijn post-docs in het Neurobiology of Language department van Peter Hagoort

Advertenties