nrcVandaag staat er een opinieartikel in NRC en NRC Next van Peter Hagoort, samen met Robbert Dijkgraaf, Pim Levelt en Gerard Meijer, getiteld ‘Dit is echt geen wetenschapsbeleid’. Hieronder de volledige tekst, hier de krantenversie.

Dit is echt geen wetenschapsbeleid

Twee jaar geleden vond in het Trippenhuis, zetel van de KNAW, een klein feestje plaats. Op dat moment bestond de Duitse Max Planck Gesellschaft (MPG) 100 jaar. Ooit begonnen als Kaiser Wilhelm Gesellschaft met grootheden als Einstein en Max Planck in de gelederen, is de MPG uitgegroeid tot een van de meest succesvolle wetenschapsorganisaties ter wereld. De MPG telt meer dan 80 instituten en 280 afdelingen verdeeld over heel Duitsland, waarbij elke afdeling een eigen wetenschapsgebied heeft en onder leiding staat van een directeur. Geen organisatie in Europa telt meer Nobelprijswinnaars dan de MPG. Daaronder de Nederlander Paul Crutzen, voormalig directeur van het Max Planck Instituut voor Chemie en wereldberoemd vanwege zijn onderzoek naar de ozonlaag. Het feestje ten huize van de KNAW vond onder andere plaats omdat niet minder dan 10 Max Planck afdelingen geleid worden door een Nederlander. Deze 10 toponderzoekers met wereldfaam worden door de MPG in de gelegenheid gesteld om in volledige vrijheid onderzoek op het allerhoogste nivo te doen. Het is een uitvloeisel van een jarenlang volgehouden beleid van de Duitse overheid om in fundamenteel onderzoek te investeren. De regering Merkel heeft de economische crisis bestreden door onder meer de MPG er in de afgelopen jaren 5% per jaar bij te geven.

Vanwege de internationale reputatie van de MPG zijn er steeds meer landen die op eigen kosten graag een Max Planck Instituut binnen de landsgrenzen willen huisvesten. Zo is er onlangs een Max Planck Instituut geopend in Luxemburg dat geheel betaald wordt door de Luxemburgse overheid. In de staat Florida (VS) bevindt zich sinds enkele jaren een Max Planck Instituut dat grotendeels betaald wordt met Amerikaanse gelden. Wereldwijd zijn de afgelopen jaren een aantal Max Planck Research Centres opgericht (o.a. in Parijs, Londen, Lausanne, Vancouver) die ter plaatse volledig door het gastland worden gefinancierd.

Hoe anders is de situatie in Nederland. Al meer dan 35 jaar bevindt zich in ons land een Max Planck Instituut. Dit is het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek. Het Max Planck Instituut in Nijmegen wordt internationaal beschouwd als het toonaangevende instituut op het gebied van onderzoek naar het menselijk taalvermogen. Onderzoekers bestuderen de genetische en neurologische basis van taal, het proces van spreken en luisteren, de variatie aan talen in de wereld, etcetera. Het instituut beschikt over het meest omvangrijke archief van de verschillende talen die vandaag de dag gesproken worden (dat zijn er zo’n 6000). In het instituut werken ruim 250 mensen uit meer dan 25 landen. De aanwezigheid van dit Max Planck Instituut in Nijmegen is een cruciale component in het hoogwaardige kennislandschap van ons land. De vele onderzoekers uit heel de wereld die er enkele jaren gewerkt hebben zijn even zo vele ambassadeurs voor Nederland.

In tegenstelling tot de andere landen waar recent een Max Planck Instituut gevestigd is, heeft de Nederlandse overheid in de meer dan 35 jaar niet of nauwelijks aan de financiering van het Max Planck Instituut in Nijmegen bijgedragen. In deze periode is zo’n slordige 175 miljoen euro in dit instituut gepompt. De Duitse belastingbetaler heeft daarvan 95% voor zijn rekening genomen. De Nederlandse belastingbetaler heeft in de afgelopen 35 jaar in totaal 5%  bijgedragen. Een ongeëvenaard rendement waar men op de beursvloer jaloers op zou zijn, maar dat door onze overheid nog steeds niet op de juiste waarde wordt  geschat.

Van Duitse zijde is enkele jaren geleden aangegeven dat een dergelijk geringe bijdrage van Nederlandse kant politiek gezien in Duitsland niet langer op steun van de deelstaten en de centrale overheid kon rekenen. De toenmalige minister van OCW, Plasterk, heeft daarom in 2010 besloten op structurele basis een bedrag van zo’n 1.6 miljoen euro per jaar aan de exploitatie van het Max Planck Instituut in Nijmegen bij te dragen. In dat plaatje wordt per jaar nog steeds meer dan 8 miljoen door Duitsland betaald. Desalniettemin heeft de MPG op basis van Plasterk’s toezegging verdere financiёle steun aan het instituut in Nijmegen  gegeven en is tevens besloten een zeer aanzienlijk bedrag beschikbaar te stellen voor een uitbreiding van het instituutsgebouw.

De huidige bewindslieden van OCW zijn nu voornemens deze generositeit van Duitse zijde te beantwoorden met een eenzijdig opgelegde structurele korting van 10% op de toch al geringe Nederlandse bijdrage. Dit heeft in Duitsland geheel begrijpelijk verbijstering gewekt tot in de hoogste regionen, met op termijn mogelijk ernstige consequenties voor de aanwezigheid van een Max Planck Instituut binnen onze landsgrenzen. Onder de Haagse stolp wordt helaas nog steeds niet begrepen hoe in de internationale verhoudingen de Nederlandse wetenschap het best gediend kan worden. De Nederlandse overheid belijdt met de mond dat onze wetenschappelijke instellingen en universiteiten tot de wereldtop moeten gaan behoren. Gegeven die ambitie getuigt het niet van grote wijsheid de aanwezigheid in Nederland van een wetenschappelijke instelling die al jaren tot de absolute wereldtop behoort op zo’n lichtzinnige wijze op het spel te zetten. Waar in Duitsland stelselmatig gekoerst wordt op het kompas van kwaliteit, is het contrast met ons land des te schrijnender. Indien onze overheid bij haar huidige voornemens blijft is kwaliteitsverlies het gevolg. Kan dit nog wel wetenschapsbeleid genoemd worden?

Robbert Dijkgraaf (directeur Institute for Advanced Study, Princeton)

Peter Hagoort (directeur Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek)

Willem Levelt (emeritus directeur Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek)

Gerard Meijer (voorzitter College van Bestuur Radboud Universiteit Nijmegen)

Advertenties